veiligheidsklimaat en NOSACQ-50

Veiligheidsklimaat en veiligheidscultuur zijn bepalende factoren voor het daadwerkelijke veiligheidsniveau binnen een organisatie. Waar technische maatregelen en procedures de basis vormen, bepaalt het heersende klimaat in hoeverre medewerkers die maatregelen ook werkelijk naleven. De NOSACQ-50 is een wetenschappelijk onderbouwd en vrij beschikbaar meetinstrument waarmee u het veiligheidsklimaat systematisch in kaart brengt aan de hand van zeven dimensies. Dit kennisdocument is bedoeld voor preventiemedewerkers, leidinggevenden, HR-managers en iedereen die betrokken is bij de RI&E of een verbeterprogramma voor arbeidsveiligheid. U leert wat veiligheidsklimaat is, hoe het verschilt van veiligheidscultuur, welke rol gedrag en sociale omgeving spelen, en hoe u de NOSACQ-50 voorbereidt, afneemt, analyseert en verankert in uw arbobeleid en RI&E.

1. Veiligheidsklimaat en veiligheidscultuur: kern en onderscheid

Veiligheidscultuur en veiligheidsklimaat worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt, maar ze beschrijven verschillende lagen van dezelfde werkelijkheid. Veiligheidscultuur is het geheel van diepgewortelde waarden, overtuigingen, gewoonten en ongeschreven regels die bepalen hoe een organisatie met veiligheid omgaat. Het gaat om de vraag: wat vinden wij hier normaal als het om veiligheid gaat? Deze cultuur ontwikkelt zich over jaren en is moeilijk direct waarneembaar.

Veiligheidsklimaat is de waarneembare, meetbare uitdrukking van die cultuur op een bepaald moment. Het beschrijft hoe medewerkers de prioriteit van veiligheid ervaren binnen hun directe werkomgeving: voelen zij dat leidinggevenden veiligheid serieus nemen, worden meldingen beloond of afgestraft, is er ruimte om onveilige situaties aan te kaarten? Het veiligheidsklimaat is concreter en sneller te meten dan cultuur, en vormt daarmee een praktisch aanknopingspunt voor verbetering.

Voor de RI&E is dit onderscheid relevant. Een RI&E brengt technische en organisatorische risico's in kaart, maar zonder inzicht in het veiligheidsklimaat ontbreekt de context waarin die risico's zich manifesteren. Een organisatie met een zwak veiligheidsklimaat zal bestaande procedures minder consequent toepassen, meldingen achterwege laten en corrigerend optreden vermijden. Het meten van het veiligheidsklimaat is daarom een waardevolle aanvulling op de klassieke RI&E.

1.1 Lagen van cultuur en de relatie met gedrag

Organisatiecultuur kent meerdere lagen. De zichtbare laag bestaat uit symbolen, taal, rituelen en gedrag. Dieper liggen de normen en waarden die groepen met elkaar delen. De diepste laag bestaat uit basisassumpties: onbewuste overtuigingen over hoe de wereld in elkaar zit. Veiligheidscultuur werkt op alle drie de lagen. Een medewerker die een onveilige handeling niet meldt, doet dat zelden omdat hij de regel niet kent. Vaker speelt mee dat de groepsnorm melding ontmoedigt, dat de verwachting bestaat dat er toch niets mee gedaan wordt, of dat veiligheid als minder urgent wordt ervaren dan productie of planning.

Gedrag wordt dus niet alleen bepaald door kennis of regels, maar ook door attitude (de persoonlijke houding ten opzichte van veiligheid), sociale norm (wat anderen in de groep doen en verwachten) en waargenomen gedragscontrole (de mate waarin iemand denkt invloed te hebben op de situatie). Leidinggevenden spelen hierin een sleutelrol: hun zichtbare gedrag is een krachtig signaal voor wat de organisatie werkelijk belangrijk vindt.

2. Gedrag, gedragsverandering en de rol van de leidinggevende

Veilig gedrag is niet vanzelfsprekend en ook niet uitsluitend een kwestie van persoonlijkheid of motivatie. Gedrag ontstaat in interactie met de omgeving. Medewerkers die dagelijks zien dat hun leidinggevende veiligheidsregels negeert bij tijdsdruk, leren dat productie feitelijk zwaarder weegt dan veiligheid. Omgekeerd versterkt een leidinggevende die consequent veiligheidsafspraken naleeft en bespreekbaar maakt het gevoel dat veiligheid ertoe doet.