Arbozorg, arbodienstverlening en deskundige ondersteuning
In dit kennisdocument ontdekt u hoe het Nederlandse stelsel van arbozorg en arbodienstverlening in elkaar zit. U leest wat de zorgplicht van de werkgever inhoudt, wat de vernieuwde Arbowet sinds 1 juli 2017 heeft veranderd en welke wettelijke eisen aan het verplichte basiscontract worden gesteld. Ook krijgt u helder uitgelegd wat het verschil is tussen de vangnet- en maatwerkregeling, welke rol de vier kerndeskundigen en de preventiemedewerker spelen en hoe medezeggenschap meebeslist. Zo weet u als werkgever, preventiemedewerker of OR-lid precies hoe u de deskundige ondersteuning binnen uw organisatie goed en compliant organiseert.
Goede arbozorg is geen contract in een la, maar een werkend samenspel van werkgever, werknemers en deskundigen. Iedere werkgever in Nederland is verplicht te zorgen voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden, en kan die zorgplicht niet alleen dragen. De wetgever heeft daarom een stelsel ingericht waarin de werkgever zich laat bijstaan door interne en externe deskundigen, waarin werknemers en medezeggenschap een eigen rol hebben en waarin de minimumafspraken met de arbodienstverlener wettelijk zijn vastgelegd. Dit kennisdocument beschrijft hoe dat stelsel in elkaar zit: van het basiscontract en de keuze tussen vangnet- en maatwerkregeling tot de vier kerndeskundigen, de preventiemedewerker en de positie van deze functionarissen in de organisatie.
1. Wat is arbozorg?
Arbozorg is het geheel van maatregelen, afspraken en structuren waarmee een organisatie systematisch werkt aan veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. De basis ligt in de zorgplicht van de werkgever: het werk moet zo zijn georganiseerd dat het geen nadelige invloed heeft op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer. Daarbij hoort een beleidscyclus die begint bij het inventariseren en evalueren van risico’s (de RI&E), die via een plan van aanpak leidt tot concrete maatregelen en die wordt afgesloten met evaluatie en bijstelling.
Arbozorg is nadrukkelijk geen eenmansactie van de werkgever. De wet gaat uit van samenwerking: de werkgever voert beleid, werknemers werken mee en denken mee via de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT), en gecertificeerde deskundigen leveren de inhoudelijke expertise die de organisatie zelf niet in huis heeft. Die drie partijen vormen samen de driehoek van de arbozorg.
Figuur 1 – Werkgever, werknemers en deskundige ondersteuning vormen samen de arbozorg. Bron: eigen illustratie.
2. De vernieuwde Arbowet sinds 1 juli 2017
Op 1 juli 2017 is de Arbeidsomstandighedenwet op belangrijke punten gewijzigd. Aanleiding was de constatering dat de kwaliteit van de arbodienstverlening te veel verschilde tussen organisaties, dat werknemers de bedrijfsarts moeilijk konden bereiken en dat preventie onvoldoende aandacht kreeg ten opzichte van verzuimbegeleiding. De wetswijziging versterkte daarom de positie van de bedrijfsarts en de preventiemedewerker, vergrootte de betrokkenheid van de medezeggenschap en introduceerde het verplichte basiscontract.
De belangrijkste vernieuwingen op een rij:
Een verplicht basiscontract tussen werkgever en arbodienstverlener, met wettelijke minimumeisen.
Vrije toegang van iedere werknemer tot de bedrijfsarts via een open spreekuur, ook zonder verzuim.
Het recht op een second opinion bij een andere, onafhankelijke bedrijfsarts.
Vrije toegang van de bedrijfsarts tot de werkvloer, zodat hij het werk zelf kan beoordelen.
Instemmingsrecht van OR of PVT op de persoon en de positionering van de preventiemedewerker.
Een grotere adviserende rol van de bedrijfsarts richting preventie en een verplichte klachtenprocedure.
Daarmee verschoof het accent van het stelsel: van vooral verzuim achteraf naar het voorkomen van gezondheidsschade vooraf.
3. Het basiscontract
Het basiscontract is de schriftelijke overeenkomst tussen de werkgever en de arbodienst of bedrijfsarts. Sinds de vernieuwde Arbowet is zo’n contract verplicht en stelt de wet minimumeisen aan de inhoud. Het idee daarachter is eenvoudig: de kwaliteit van de deskundige ondersteuning mag niet afhangen van wat een werkgever toevallig wil inkopen. Iedere werknemer moet kunnen rekenen op dezelfde basisrechten.
In het basiscontract staat in elk geval bij welke wettelijke taken de werkgever zich laat ondersteunen: de toetsing van en advisering over de RI&E, de begeleiding bij ziekteverzuim, het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) en – waar van toepassing – aanstellingskeuringen. Daarnaast moet het contract waarborgen bevatten voor de manier van werken van de bedrijfsarts: het open spreekuur, vrije toegang tot de werkvloer, de second opinion, een klachtenprocedure, overleg met preventiemedewerker en OR of PVT, het melden van beroepsziekten en advisering over preventie.
Ontbreekt een basiscontract of voldoet het niet aan de eisen, dan kan de Nederlandse Arbeidsinspectie handhavend optreden, bijvoorbeeld met een boete. Het basiscontract is een minimum: werkgever en dienstverlener mogen er in een ’basispluscontract’ meer taken aan toevoegen, zoals een verzuimspreekuur op locatie of preventief medisch onderzoek.