PFAS: Herkomst, eigenschappen en gezondheidsrisico's

## Wat speelt hier PFAS staat voor een grote groep poly- en perfluoralkylstoffen die worden toegepast vanwege hun water-, vet- en vuilafstotende eigenschappen. Ze komen voor in coatings, blusmiddelen, impregneermiddelen, smeermiddelen en in bodem en grondwater op locaties waar in het verleden met deze stoffen is gewerkt. Op de werkplek duiken PFAS vaak minder zichtbaar op dan klassieke gevaarlijke stoffen: bij grondverzet en baggerwerkzaamheden, bij reiniging en onderhoud met bepaalde coatings of impregneermiddelen, en bij opslag of gebruik van blusschuim op bedrijfsterreinen. Het gezondheidsrisico zit in de persistentie van deze stoffen: ze breken nauwelijks af, stapelen op in het lichaam en worden in verband gebracht met langdurige gezondheidseffecten. Omdat blootstelling vaak sluipend verloopt, via huidcontact, inademing van stof of contact met verontreinigde grond, wordt het risico in de praktijk gemakkelijk onderschat. Bij grondwerk is er bovendien een direct verband met bodemkwaliteitsklassen en toepassingsbeperkingen, wat betekent dat de organisatie niet alleen een gezondheidsrisico maar ook een verwerkings- en afvoerrisico moet beheersen. Een derde situatie is de aanwezigheid van PFAS-houdende producten in het eigen inkooppakket, zonder dat dit bij de gebruikers bekend is. Denk aan impregneersprays, bepaalde vetten of coatings die op het etiket niet direct als PFAS worden herkend. Dat maakt het thema lastig te herkennen zonder gerichte inventarisatie. ## Wat u moet doen - Inventariseer waar in het bedrijf PFAS-houdende stoffen voorkomen: in ingekochte producten, in bodem of grondwater op de locatie, en in restanten van historisch gebruik zoals blusschuim. - Onderzoek per toepassing of een PFAS-vrij alternatief beschikbaar is en vervang de stof waar dat mogelijk is, zodat blootstelling aan de bron wordt weggenomen. - Richt werkprocessen zo in dat contact met verontreinigde grond of stof wordt beperkt, bijvoorbeeld door afgeschermde opslag, aangepaste graafmethoden of gescheiden verwerking van verontreinigd materiaal. - Leg vast welke stoffen en hoeveelheden PFAS bevatten, inclusief de bijbehorende veiligheidsinformatiebladen en, bij grondwerk, de analyseresultaten van bodem of baggerspecie. - Zorg voor doelmatige afzuiging of ventilatie op plekken waar stof of damp met PFAS kan vrijkomen, voordat wordt overgegaan op persoonlijke bescherming. - Instrueer medewerkers en leidinggevenden over herkenning van PFAS-houdende materialen, de risico's en de juiste werkwijze bij grondverzet of gebruik van coatings. - Verstrek en registreer persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals handschoenen en adembescherming, als aanvullende maatregel wanneer bron- en organisatorische maatregelen het risico niet volledig wegnemen. - Controleer periodiek of de genomen maatregelen nog aansluiten op de actuele situatie, bijvoorbeeld na nieuwe leveranciers, nieuwe locaties of gewijzigde regelgeving. ## Toetsbare aspecten - **Inventarisatie PFAS-houdende stoffen** — een actueel overzicht van producten en locaties waar PFAS voorkomt. Bewijs: stoffenlijst of overzicht in de RI&E, gekoppeld aan veiligheidsinformatiebladen. Frequentie: jaarlijks en bij wijziging van het productassortiment. - **Bodem- en grondwateranalyse bij grondwerk** — vastgelegde PFAS-analyseresultaten voordat grond wordt afgevoerd of toegepast. Bewijs: analyserapport met PFOA- en overige PFAS-gehalten per partij. Frequentie: per project of partij grond. - **Vervangingsonderzoek** — aantoonbaar onderzoek naar PFAS-vrije alternatieven voor gebruikte stoffen. Bewijs: notitie of afweging in het stoffenbeleid. Frequentie: bij herbeoordeling van het stoffenpakket, minimaal jaarlijks. - **Werkinstructie grondverzet en reiniging** — een schriftelijke instructie voor werkzaamheden waarbij PFAS kunnen vrijkomen. Bewijs: instructiedocument op de werkplek of in het bedrijfshandboek. Frequentie: actueel gehouden en bij elke wijziging van werkmethode herzien. - **Afzuiging en ventilatie op risicoplekken** — technische voorziening aanwezig en functionerend op locaties met stof- of dampvorming. Bewijs: onderhoudslogboek of keuringsrapport van de voorziening. Frequentie: jaarlijkse controle, met tussentijdse visuele check. - **Instructie en voorlichting medewerkers** — bewijs dat betrokken medewerkers zijn geïnstrueerd over herkenning en omgang met PFAS. Bewijs: presentielijst of toolboxverslag. Frequentie: bij indienst en jaarlijks herhaald. - **Persoonlijke beschermingsmiddelen** — aanwezigheid en gebruik van geschikte handschoenen en adembescherming bij restrisico. Bewijs: uitgiftelijst PBM en zichtbaar gebruik op de werkplek. Frequentie: bij uitgifte en steekproefsgewijze controle tijdens werkzaamheden. - **Afvoer en verwerking verontreinigd materiaal** — registratie van afvoer van PFAS-houdende grond of afval conform de vastgestelde kwaliteitsklasse. Bewijs: afvoerbon of begeleidingsformulier met toepassingsklasse. Frequentie: per afvoertransport. - **Actualiteit RI&E op dit thema** — PFAS als apart aandachtspunt herkenbaar in de risico-inventarisatie. Bewijs: RI&E-document met beoordeling en maatregelen. Frequentie: bij de reguliere RI&E-actualisatie. ## Veelvoorkomende knelpunten - Op papier staat PFAS wel benoemd in de RI&E, maar op de werkplek weten medewerkers niet welke producten het daadwerkelijk betreft. - Analyseresultaten van grond of baggerspecie worden wel opgevraagd bij de leverancier, maar niet centraal bewaard of gekoppeld aan het juiste project. - Leidinggevenden hebben zelf geen instructie gehad over PFAS-herkenning en kunnen medewerkers daardoor niet goed aanspreken op onveilig werken. - Ingehuurde onderaannemers of grondverzetbedrijven werken op de locatie zonder dat hun voorlichting en PBM-gebruik zijn gecontroleerd. - Na een gesignaleerd risico blijft opvolging uit: de vervangingsstudie wordt gestart maar niet afgerond of vastgelegd. - Nieuwe producten worden ingekocht zonder dat het veiligheidsinformatieblad wordt gecheckt op PFAS-samenstelling. ## Hoe u het borgt De verantwoordelijke voor gevaarlijke stoffen, doorgaans de preventiemedewerker of KAM-coördinator, houdt de inventarisatie en de werkinstructies actueel en toetst minimaal jaarlijks of de genomen maatregelen nog passen bij de uitgevoerde werkzaamheden. Leidinggevenden op de werkvloer controleren periodiek of instructies worden opgevolgd en of PBM daadwerkelijk worden gebruikt, en zij melden afwijkingen zodat maatregelen kunnen worden bijgesteld. Nieuwe medewerkers en ingeleend personeel worden bij aanvang van hun werkzaamheden meegenomen in de instructie over PFAS-herkenning en werkwijze, en dit wordt net als bij vast personeel vastgelegd. Door de inventarisatie, de analyseresultaten, de instructies en de PBM-registratie centraal en actueel te houden, kan de organisatie op elk moment aantonen dat het risico van PFAS structureel wordt beheerst.

Risico's