Aanvullende voorschriften CMR stoffen, kankerverwekkende processen

## Wat speelt hier CMR-stoffen zijn stoffen die kankerverwekkend (Carcinogeen), erfelijkheidsbeschadigend (Mutageen) of schadelijk voor de voortplanting (Reprotoxisch) zijn. Dit speelt bij tal van alledaagse werkzaamheden: houtbewerking waarbij houtstof vrijkomt, laswerkzaamheden met lasrook, werken met verfstoffen, lijmen en harsen op basis van isocyanaten of epoxy, reiniging met chloorhoudende oplosmiddelen, werken met kristallijn silica bij beton- of steenbewerking, en processen waarbij dieselmotoremissie vrijkomt. Ook laboratoria, drukkerijen, garages en de metaalbranche werken structureel met stoffen die als CMR categorie 1A, 1B of 2 zijn ingedeeld. Het risico zit in de aard van de effecten: schade ontstaat vaak pas na jaren blootstelling en is dan onomkeerbaar. Er is bovendien meestal geen veilige ondergrens aan te wijzen, wat CMR-stoffen fundamenteel anders maakt dan andere gevaarlijke stoffen. Een organisatie die dit onderschat, loopt het risico dat medewerkers jarenlang onbeschermd worden blootgesteld zonder dat dit acuut merkbaar is, terwijl de gezondheidsschade zich pas veel later openbaart. Daarom is een gerichte, aantoonbare aanpak nodig die verder gaat dan het reguliere gevaarlijke-stoffenbeleid. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke stoffen en processen in uw organisatie voorkomen en vraag voor elke stof bij de producent of leverancier na of deze als CMR-stof (1A, 1B of 2) is ingedeeld. - Onderzoek per proces of vervanging door een niet-CMR-alternatief mogelijk is; vervanging aan de bron heeft altijd voorrang. - Waar vervanging niet kan, richt het proces zo in dat blootstelling wordt voorkomen: gesloten systemen, bronafzuiging of geautomatiseerde verwerking. - Regel organisatorische maatregelen: beperk het aantal medewerkers dat met de stof werkt, beperk de blootstellingsduur en scheid CMR-werkzaamheden ruimtelijk van andere activiteiten. - Verstrek pas als sluitstuk persoonlijke beschermingsmiddelen die passen bij de blootstellingsroute (adem, huid) en controleer of deze daadwerkelijk en juist worden gebruikt. - Leg alle gebruikte CMR-stoffen met categorie-indeling vast in een actuele interne stoffenlijst en wijs een verantwoordelijke aan voor het actueel houden hiervan. - Neem de risico's van CMR-blootstelling en de genomen maatregelen expliciet op in de RI&E en het bijbehorende plan van aanpak. - Geef gerichte voorlichting en instructie aan medewerkers die met CMR-stoffen werken, en herhaal dit periodiek. ## Toetsbare aspecten - **Stoffenlijst met classificatie** — een actuele lijst van alle gebruikte CMR-stoffen met categorie-indeling (1A, 1B, 2) is aanwezig. Bewijs: interne CMR-stoffenlijst, veiligheidsinformatiebladen. Frequentie: jaarlijks en bij elke assortimentswijziging. - **Verantwoordelijkheid CMR-status** — het is intern belegd wie de classificatie van stoffen vaststelt en actueel houdt. Bewijs: functieomschrijving of taakverdeling waarin dit is opgenomen. Frequentie: bij aanstelling en jaarlijkse evaluatie. - **Actualiteit indeling** — de classificatie van gebruikte stoffen wordt periodiek vergeleken met de geldende indelingslijsten. Bewijs: dateringen en versiebeheer in de stoffenlijst, correspondentie met leveranciers. Frequentie: jaarlijks. - **Vervanging onderzocht** — voor elke CMR-stof is aantoonbaar beoordeeld of een minder gevaarlijk alternatief beschikbaar is. Bewijs: notitie of afweging per stof of proces in de RI&E. Frequentie: bij introductie van een nieuwe stof en bij herziening RI&E. - **RI&E en plan van aanpak** — CMR-risico's en de bijbehorende maatregelen zijn concreet beschreven, met acties, verantwoordelijken en termijnen. Bewijs: het RI&E-document en plan van aanpak. Frequentie: bij herziening RI&E, minimaal elke vier jaar of bij wijziging van processen. - **Aanvullende bescherming 1A/1B** — voor werkzaamheden met categorie 1A/1B-stoffen zijn extra beschermende maatregelen getroffen boven op de standaardaanpak. Bewijs: werkinstructies, technische voorzieningen zoals afzuiging of gesloten systemen op de werkplek. Frequentie: bij elke wijziging van proces of stof, en bij periodieke werkplekcontrole. - **Voorlichting en onderricht** — medewerkers die met CMR-stoffen werken zijn aantoonbaar voorgelicht over risico's en juist gebruik van beschermingsmiddelen. Bewijs: presentielijsten, instructiemateriaal, toolboxverslagen. Frequentie: bij indiensttreding en jaarlijks herhaald. - **Gebruik beschermingsmiddelen** — medewerkers gebruiken de beschikbare beschermingsmiddelen daadwerkelijk en op de juiste manier tijdens CMR-werkzaamheden. Bewijs: waarneming op de werkvloer, interne controleronde-verslagen. Frequentie: steekproefsgewijs, minimaal per kwartaal. - **Overleg met medezeggenschap** — het beleid rond CMR-stoffen is besproken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Bewijs: vergaderverslag of agendapunt. Frequentie: bij vaststelling en substantiële wijziging van beleid. ## Veelvoorkomende knelpunten - De stoffenlijst bestaat op papier, maar wordt niet bijgewerkt zodra nieuwe producten of chemicaliën worden ingekocht. - Veiligheidsinformatiebladen worden opgeslagen maar niet inhoudelijk beoordeeld op CMR-classificatie. - Leidinggevenden op de werkvloer zijn onvoldoende getraind om te herkennen wanneer een taak onder de CMR-aanpak valt. - Uitzendkrachten, onderaannemers en zzp'ers werken met dezelfde stoffen maar ontvangen niet dezelfde voorlichting en beschermingsmiddelen als vast personeel. - Beschermingsmiddelen zijn wel aanwezig, maar worden in de praktijk niet consequent gedragen omdat instructie en controle ontbreken. - Signalen uit werkplekcontroles of ziekteverzuim leiden niet tot bijstelling van de RI&E of het plan van aanpak. ## Hoe u het borgt Borging vraagt dat een vaste, aangewezen persoon binnen de organisatie de CMR-stoffenlijst, de RI&E en de genomen maatregelen periodiek toetst en actualiseert, minimaal jaarlijks en direct bij elke wijziging in het assortiment of proces. Nieuwe medewerkers worden bij indiensttreding meegenomen in de voorlichting over CMR-risico's, en ingeleend personeel en onderaannemers krijgen dezelfde instructie en beschermingsmiddelen als eigen personeel voordat zij met de betreffende stoffen werken. Afwijkingen die uit werkplekcontroles of incidenten naar voren komen, worden vastgelegd en vertaald naar concrete bijsturing in het plan van aanpak, zodat de aanpak aantoonbaar actueel blijft en niet alleen op papier bestaat.

Risico's