Fundament en afbakening

## Wat speelt hier Bedrijfshulpverlening en de noodorganisatie vormen het fundament van de manier waarop een organisatie omgaat met calamiteiten: brand, een ontruiming, een ernstig ongeval of onwel worden van een medewerker of bezoeker. Dit thema draait om de vraag of er bij een incident voldoende mensen zijn die weten wat ze moeten doen, of de hulpmiddelen aanwezig en werkend zijn, en of de organisatie op tijd de juiste hulp inschakelt. Het speelt op elke werkplek waar mensen aanwezig zijn: kantoren, productiehallen, magazijnen, zorglocaties, bouwplaatsen en locaties met wisselende bezetting zoals evenementen of projectlocaties. Het risico dat beheerst moet worden is dat bij een incident de eerste minuten verloren gaan doordat niemand de leiding neemt, niemand weet waar het ontruimingsplan hangt, de brandblusser leeg blijkt of het alarmnummer niet gebeld wordt omdat iedereen denkt dat een ander dat al doet. Vooral bij kleine bezetting, avond- en nachtdiensten, flexwerkers, ingeleend personeel en bezoekers ontstaat het risico dat de noodorganisatie op papier klopt maar in de praktijk niet functioneert omdat de aanwezige mensen niet weten wie BHV'er is of hoe ze moeten handelen. Een tweede laag van het risico zit in de afbakening: wie is verantwoordelijk voor welk gebouwdeel, wie treedt op bij meerdere bedrijven in één pand, en hoe wordt de overdracht tussen ploegen of diensten geregeld. Zonder een heldere en actuele organisatiestructuur ontstaat verwarring precies op het moment dat structuur het hardst nodig is. ## Wat u moet doen - Breng de risico's van uw locatie(s) in kaart en bepaal op basis daarvan de omvang en samenstelling van de noodorganisatie. - Richt vluchtroutes, nooduitgangen, verzamelplaatsen en alarmeringsvoorzieningen zo in dat ze zonder obstructie en bij elke bezetting bruikbaar zijn. - Zorg voor voldoende en functionerende blus-, EHBO- en communicatiemiddelen op de juiste plekken. - Stel een ontruimingsplan en een BHV-organisatieschema op, leg dit vast en maak het toegankelijk voor iedereen op de locatie. - Wijs BHV'ers en een coördinator aan, leg dit schriftelijk vast en zorg voor voldoende dekking per dienst, locatie en bezettingsgraad. - Instrueer en train alle medewerkers, inclusief ingeleend personeel en nieuwe medewerkers, over wat er van hen verwacht wordt bij een incident. - Organiseer periodieke ontruimingsoefeningen en leg de uitkomsten en verbeterpunten vast. - Controleer voorzieningen en organisatie regelmatig en stuur bij wanneer tekortkomingen naar voren komen. ## Toetsbare aspecten - **Risico-inventarisatie noodorganisatie** — de omvang en opzet van de BHV-organisatie is afgeleid van een concrete risicobeoordeling van de locatie. Bewijs: RI&E of aanvullende risicoanalyse met onderbouwing van het aantal BHV'ers. Frequentie: bij wijziging van de organisatie of het gebouw, en periodiek herzien. - **Actueel ontruimingsplan** — er is een ontruimingsplan dat overeenkomt met de huidige indeling en bezetting van het gebouw. Bewijs: gedateerd ontruimingsplan, plattegronden met vluchtroutes. Frequentie: jaarlijks gecontroleerd en na iedere verbouwing. - **Aangewezen en opgeleide BHV'ers** — er zijn voldoende BHV'ers aangewezen en zij zijn opgeleid voor hun taak. Bewijs: aanwijzingsbrieven, certificaten of opleidingsbewijzen, actueel BHV-rooster. Frequentie: bij indiensttreding, uitdiensttreding en jaarlijkse herhaling. - **Dekking per dienst en locatie** — op elk moment dat er personeel aanwezig is, is er voldoende BHV-capaciteit beschikbaar, ook bij verlof, ziekte en avond- of nachtdiensten. Bewijs: bezettingsschema BHV gekoppeld aan het dienstrooster. Frequentie: doorlopend, steekproefsgewijs gecontroleerd. - **Werking van middelen en voorzieningen** — blusmiddelen, EHBO-koffers, noodverlichting en alarmeringssystemen zijn aanwezig, bereikbaar en functioneren. Bewijs: onderhoudslabels, keuringsrapporten, logboek controles. Frequentie: volgens onderhoudsschema, minimaal jaarlijks. - **Ontruimingsoefening** — er wordt periodiek geoefend en de uitkomsten worden geëvalueerd en opgevolgd. Bewijs: oefenverslag met datum, deelnemers, knelpunten en verbeteracties. Frequentie: minimaal jaarlijks. - **Instructie aan alle aanwezigen** — ook bezoekers, uitzendkrachten en ingeleend personeel weten wat te doen bij alarm. Bewijs: introductieprogramma, instructiekaarten, aanwezigheidslijsten van voorlichting. Frequentie: bij start van de werkzaamheden en jaarlijks herhaald. - **Actuele contactgegevens en alarmering** — het is duidelijk vastgelegd wie wanneer gebeld wordt en welke interne en externe hulpdiensten betrokken zijn. Bewijs: actuele alarmeringskaart of belprocedure bij meldkamer of receptie. Frequentie: bij elke personeelswijziging gecontroleerd. - **Afbakening bij meerdere gebruikers van een pand** — bij gedeelde gebouwen is vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe wordt samengewerkt bij een incident. Bewijs: samenwerkingsafspraken of overeenkomst tussen gebruikers. Frequentie: bij wijziging van huurders of gebruikers. ## Veelvoorkomende knelpunten - Het ontruimingsplan en de BHV-lijst zijn niet bijgewerkt na een verbouwing, personeelswisseling of uitbreiding, waardoor papier en praktijk niet meer overeenkomen. - Oefeningen worden wel gepland maar niet geëvalueerd, waardoor knelpunten uit een vorige oefening blijven terugkomen. - Leidinggevenden en receptie weten niet precies welke rol zij hebben bij een alarm, terwijl zij vaak de eerste schakel zijn. - Ingeleend personeel, nachtploegen en bezoekers krijgen geen of onvoldoende instructie, waardoor zij bij een incident niet weten waar te gaan. - BHV'ers zijn wel aangewezen maar niet altijd aanwezig op het moment dat het nodig is, door ziekte, verlof of ploegenwissel zonder vervanging. - Constateringen uit inspecties of oefeningen worden niet vertaald naar concrete verbeteracties met een verantwoordelijke en een deadline. ## Hoe u het borgt De coördinator BHV of een aangewezen preventiemedewerker bewaakt de actualiteit van het ontruimingsplan, de bezetting en de middelen, en rapporteert minimaal jaarlijks aan de directie over de stand van zaken en openstaande verbeterpunten. Nieuwe medewerkers en derden worden bij aanvang van hun werkzaamheden geïnstrueerd en opgenomen in de bezettingsplanning, zodat de dekking op elk moment op orde blijft. Door oefeningen, controles en opvolging van knelpunten vast te leggen in een doorlopend overzicht, ontstaat een aantoonbaar en actueel beeld van de noodorganisatie dat bij elke toetsing standhoudt.

Risico's