Minder zelfredzame personen

## Wat speelt hier In veel organisaties werken of verblijven mensen die zichzelf bij een calamiteit niet zonder hulp in veiligheid kunnen brengen: bezoekers met een beperking, ouderen in een zorginstelling, kinderen op een school, patiënten die aan bed of apparatuur gebonden zijn, of medewerkers die tijdelijk minder mobiel zijn. Dit speelt niet alleen in de zorg en het onderwijs. Ook op kantoorlocaties met bezoekers in een rolstoel, in winkels met slechthorende of slechtziende klanten, of op locaties met tijdelijke werknemers die de taal niet spreken, is dit een reëel aandachtspunt. De vraag is steeds hetzelfde: kan iedereen die zich in het pand bevindt, tijdig en veilig het gebouw verlaten of naar een veilige plek worden gebracht? Het risico zit in de ontruimingstijd en de effectiviteit van alarmering. Een gewoon ontruimingsplan gaat vaak uit van zelfredzame, mobiele, valide personen die een alarmsignaal horen, begrijpen en er zelfstandig naar handelen. Bij minder zelfredzame personen loopt dat proces op meerdere punten vast: het alarm wordt niet waargenomen, de vluchtroute is niet begaanbaar met een rolstoel of bed, of er is fysieke hulp nodig om iemand te verplaatsen. Zonder een BHV-organisatie die hier specifiek op is ingericht, ontstaat het risico dat kwetsbare personen bij brand, ontruiming of een andere noodsituatie niet op tijd in veiligheid komen. Een derde situatie die vaak over het hoofd wordt gezien: de samenstelling van de aanwezige populatie verandert door de dag heen. Een school heeft overdag veel kinderen, een zorglocatie heeft 's nachts minder personeel op de vloer, een evenementenlocatie trekt tijdelijk een ander publiek. De BHV-organisatie moet op elk moment van de dag en voor elke samenstelling van aanwezigen toereikend zijn, niet alleen op papier voor de standaardsituatie. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke groepen minder zelfredzame personen structureel of periodiek in het pand aanwezig zijn, en waar zij zich doorgaans bevinden. - Pas de inrichting van vluchtwegen, deuren en signalering aan op deze doelgroepen: brede doorgangen, drempelvrije routes, visuele én auditieve alarmering waar nodig. - Stel een ontruimingsplan op dat expliciet beschrijft hoe minder zelfredzame personen worden gealarmeerd, begeleid en zo nodig fysiek geholpen. - Richt de BNO (bedrijfshulpverleningsorganisatie) qua bezetting en taakverdeling in op de aanwezige risicogroepen, inclusief voldoende BHV'ers per aanwezige kwetsbare persoon. - Instrueer BHV'ers en leidinggevenden specifiek op het begeleiden van minder zelfredzame personen, inclusief praktische hulpmiddelen zoals evacuatiestoelen of -matten. - Oefen realistische ontruimingsscenario's waarin de aanwezigheid van minder zelfredzame personen is verwerkt, en leg de uitkomsten en verbeterpunten vast. - Controleer periodiek of de BHV-bezetting nog aansluit bij de actuele samenstelling van bezoekers, cliënten of medewerkers. - Zet persoonlijke hulpmiddelen, zoals een evacuatiestoel bij een individuele medewerker met een beperking, pas in als aanvulling nadat de organisatorische en bouwkundige maatregelen op orde zijn. ## Toetsbare aspecten - **Inventarisatie doelgroepen** — vastgelegd overzicht van welke minder zelfredzame personen wanneer aanwezig zijn. Bewijs: geactualiseerde inventarisatielijst of RI&E-bijlage. Frequentie: jaarlijks en bij wijziging van de populatie. - **Ontruimingsplan op maat** — het plan bevat een apart onderdeel voor minder zelfredzame personen. Bewijs: het ontruimingsplan zelf, met datum en versiebeheer. Frequentie: jaarlijkse toetsing en actualisatie. - **BHV-bezetting afgestemd op risico** — aantoonbaar voldoende BHV'ers aanwezig gedurende alle bedrijfstijden, inclusief avond, nacht en weekend indien van toepassing. Bewijs: bezettingsrooster gekoppeld aan aanwezigheidsprofiel. Frequentie: per dienstrooster of kwartaal. - **Praktijkoefening met scenario** — een ontruimingsoefening waarin het begeleiden van een minder zelfredzame persoon daadwerkelijk is beoefend. Bewijs: oefenverslag met scenario, deelnemers en evaluatie. Frequentie: minimaal jaarlijks. - **Instructie en training BHV'ers** — BHV'ers zijn aantoonbaar getraind in het omgaan met specifieke beperkingen die op de locatie voorkomen. Bewijs: trainingscertificaten of interne instructieregistratie. Frequentie: bij herhalingstraining, doorgaans jaarlijks. - **Hulpmiddelen aanwezig en werkend** — evacuatiehulpmiddelen zoals stoelen of matten zijn aanwezig op de juiste plek en functioneren. Bewijs: inspectielijst of onderhoudslogboek van hulpmiddelen. Frequentie: halfjaarlijkse controle. - **Vluchtroutes toegankelijk** — vluchtroutes zijn vrij van obstakels en berijdbaar of begaanbaar voor de aanwezige doelgroepen. Bewijs: rondgangrapportage of foto-inspectie. Frequentie: maandelijkse controle. - **Alarmering afgestemd op beperking** — signalering is zowel visueel als auditief beschikbaar waar dit relevant is. Bewijs: technische specificatie of keuringsrapport van het alarmeringssysteem. Frequentie: jaarlijkse functietest. - **Individuele ontruimingsafspraken** — voor structureel aanwezige personen met een beperking is een persoonlijk ontruimingsplan vastgelegd. Bewijs: individueel plan of aantekening in personeels- of cliëntdossier. Frequentie: actualisatie bij wijziging van de situatie. ## Veelvoorkomende knelpunten - Het ontruimingsplan beschrijft een algemene procedure, maar bevat geen concrete afspraken voor minder zelfredzame personen, waardoor het in de praktijk niet werkt. - Oefeningen worden uitgevoerd zonder de aanwezigheid van een kwetsbare doelgroep te simuleren, waardoor knelpunten pas bij een echte calamiteit aan het licht komen. - Leidinggevenden en BHV'ers zijn niet expliciet getraind op deze doelgroep en weten niet welke hulpmiddelen beschikbaar zijn of hoe deze werken. - Ingeleend personeel, uitzendkrachten, stagiairs en bezoekers blijven buiten beeld van de BHV-organisatie, terwijl zij soms zelf tot de kwetsbare groep behoren. - Signalen uit oefeningen of incidenten worden niet opgevolgd, waardoor dezelfde knelpunten jaar na jaar terugkomen. - De BHV-bezetting is berekend op een gemiddelde situatie, maar niet op piekmomenten of nachtdiensten waarin minder personeel aanwezig is. ## Hoe u het borgt De verantwoordelijkheid voor dit onderwerp ligt bij de BHV-coördinator of preventiemedewerker, die minimaal jaarlijks toetst of de inventarisatie, het ontruimingsplan en de BHV-bezetting nog aansluiten bij de actuele situatie. Nieuwe medewerkers en BHV'ers krijgen bij indiensttreding instructie over de aanwezige doelgroepen en de bijbehorende hulpmiddelen, en ingeleende krachten en vaste bezoekers worden vooraf geïnformeerd over de ontruimingsprocedure die op hen van toepassing is. Bevindingen uit oefeningen en periodieke controles worden vastgelegd en omgezet in concrete verbeteracties met een verantwoordelijke en een termijn, zodat het thema aantoonbaar en actueel op orde blijft.

Risico's