Risicocategorieën I, II en III

## Wat speelt hier Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn onderverdeeld in drie risicocategorieën, afhankelijk van de ernst van het risico waartegen ze beschermen. Categorie I betreft PBM tegen minimale risico's, zoals eenvoudige werkhandschoenen of regenkleding. Categorie II beschermt tegen middelgrote risico's, denk aan snijwerende handschoenen, veiligheidsbrillen of gehoorbescherming bij machinewerk. Categorie III is bestemd voor ernstige of onomkeerbare risico's en zelfs levensgevaar, zoals valbeveiliging bij hoogtewerk, adembescherming in besloten ruimtes of bescherming tegen gevaarlijke chemicaliën. Op de werkvloer komt dit onderscheid overal terug: in het magazijn waar handschoenen tegen snijwonden nodig zijn, op de bouwplaats waar valbeveiliging verplicht is, in het laboratorium waar adembescherming een rol speelt, of in de werkplaats waar gehoorbescherming en oogbescherming samen worden ingezet. Het risico ontstaat wanneer een organisatie geen onderscheid maakt tussen deze categorieën: een categorie I-middel wordt ingezet waar categorie III nodig is, of een categorie III-middel wordt niet periodiek gekeurd omdat niemand het verschil kent. Dat leidt tot schijnveiligheid: medewerkers dragen wel iets, maar niet het juiste beschermingsniveau. ## Wat u moet doen - Inventariseer per taak en werkplek welk risico speelt en welke PBM-categorie daarbij hoort. - Onderzoek eerst of het risico aan de bron of collectief kan worden weggenomen voordat PBM wordt ingezet. - Stel een PBM-matrix op waarin functie, taak, risico en vereiste categorie aan elkaar gekoppeld zijn. - Selecteer PBM met correcte CE-markering en categorie-aanduiding, passend bij het vastgestelde risico. - Instrueer medewerkers in juist gebruik, onderhoud en beperkingen, met extra nadruk op categorie III-middelen. - Organiseer periodieke keuring van categorie III-middelen door een deskundige. - Controleer het feitelijk gebruik op de werkvloer en corrigeer afwijkingen direct. - Vervang versleten of verlopen PBM tijdig en leg de vervanging vast. ## Toetsbare aspecten - **Risico-koppeling per taak** — vastgelegd is welk risiconiveau (I, II of III) bij elke taak hoort. Bewijs: PBM-matrix gekoppeld aan de RI&E. Frequentie: jaarlijks en bij taakwijziging. - **CE-markering en categorie** — aanwezige PBM zijn voorzien van CE-markering passend bij de risicocategorie. Bewijs: aanschafdocumentatie en productlabels. Frequentie: bij aanschaf en bij periodieke controle. - **Beschikbaarheid op de werkplek** — het juiste beschermingsmiddel is aanwezig waar categorie II- of III-risico's spelen. Bewijs: uitgiftelijst of werkplekcontrole. Frequentie: continu. - **Instructie vastgelegd** — medewerkers hebben instructie gehad over gebruik en beperkingen van hun PBM. Bewijs: ondertekend instructieformulier of toolboxverslag. Frequentie: bij indiensttreding en jaarlijks herhaald. - **Keuring categorie III** — valbeveiliging, adembescherming en vergelijkbare middelen worden periodiek gekeurd. Bewijs: keuringsrapport of keuringssticker op het middel. Frequentie: volgens fabrikantvoorschrift, meestal jaarlijks. - **Vervangingsregistratie** — versleten of verlopen PBM worden geregistreerd en vervangen. Bewijs: vervangingslogboek of uitgiftesysteem. Frequentie: per kwartaal gecontroleerd. - **Feitelijk draaggedrag** — medewerkers dragen de voorgeschreven PBM tijdens risicovolle taken. Bewijs: werkplekobservatie of correctierapportage. Frequentie: steekproefsgewijs, minimaal per kwartaal. - **Derden en ingeleend personeel** — ingeleend personeel en onderaannemers zijn opgenomen in instructie en uitgifte. Bewijs: inleenafspraak met PBM-paragraaf of uitgiftebon. Frequentie: bij start van elke opdracht. - **Pasvorm en geschiktheid** — PBM zijn afgestemd op de individuele drager. Bewijs: pasvormregistratie of medische keuring bij adembescherming. Frequentie: bij uitgifte en bij wijziging van omstandigheden. ## Veelvoorkomende knelpunten - De PBM-matrix bestaat op papier, maar sluit niet aan bij wat daadwerkelijk op de werkvloer wordt gedragen. - Keuringstermijnen van categorie III-middelen worden niet bijgehouden en verlopen ongemerkt. - Leidinggevenden zijn niet getraind om correct gebruik af te dwingen en grijpen niet in bij afwijkingen. - Ingeleend personeel en onderaannemers vallen buiten het uitgifte- en instructiesysteem. - Geconstateerde tekortkomingen worden genoteerd maar niet opgevolgd. - Verwarring tussen categorieën leidt tot inzet van een te licht beschermingsmiddel. ## Hoe u het borgt De leidinggevende of preventiemedewerker bewaakt de PBM-matrix en het keuringsschema, en toetst minimaal per kwartaal of uitgifte, instructie en gebruik op de werkvloer overeenkomen met wat is vastgelegd. Bij afwijkingen wordt direct bijgestuurd, met een korte terugkoppeling naar de betrokken medewerker en registratie van de correctie. Nieuwe medewerkers en ingeleend personeel worden vóór aanvang van hun werkzaamheden opgenomen in de instructie en uitgifte, zodat niemand zonder de juiste PBM aan het werk gaat. Zo blijft de organisatie op elk moment kunnen aantonen dat de juiste beschermingscategorie is gekozen, uitgereikt, gebruikt en onderhouden.

Risico's