Hangtrauma, reddingsplan en evacuatie na een val

## Wat speelt hier Hangtrauma treedt op wanneer iemand na een val in een harnas blijft hangen, bewegingloos rechtop of licht voorovergebogen. De banden van het harnas drukken op de liesslagaders, waardoor de bloedcirculatie in de benen vermindert en bloed zich ophoopt in de onderste ledematen. Zonder snel ingrijpen kan dit binnen enkele tientallen minuten leiden tot bewustzijnsverlies en, bij langere blootstelling, tot ernstig orgaanfalen of overlijden. Dit risico speelt overal waar met een harnas op hoogte wordt gewerkt: op daken, in mastconstructies, tijdens werkzaamheden aan gevels, in silo's en tanks, bij werkzaamheden vanuit een hoogwerker met vanglijn, en bij werk in verankeringssystemen op platte of hellende daken. Het knelpunt zit vaak niet in de valbeveiliging zelf, maar in wat er gebeurt ná de val. Een werknemer die valt en door zijn harnas wordt opgevangen, is technisch gezien "gered" van een val naar beneden, maar hangt vervolgens in een levensbedreigende positie totdat hij wordt bevrijd. Op veel locaties is dit moment onvoldoende doordacht: er is wel een vanglijn of ankerpunt aanwezig, maar geen concreet plan voor wat een collega binnen enkele minuten moet doen om de gevallen persoon naar beneden of naar een veilig platform te krijgen. De organisatie moet dus niet alleen het valrisico beheersen, maar ook het risico dat ontstaat ná een val: hoe snel wordt iemand opgemerkt, wie grijpt in, met welk materieel, en is die persoon daar getraind en fysiek toe in staat. Dit geldt zeker op locaties waar hulpdiensten niet binnen enkele minuten aanwezig kunnen zijn, zoals afgelegen bouwlocaties, hoge industriële installaties of besloten ruimtes. ## Wat u moet doen - Beoordeel bij de bron of werken op hoogte met valgevaar te vermijden is, bijvoorbeeld door werkzaamheden vanaf de grond, een steiger of een hoogwerker met leuning uit te voeren. - Richt waar werken met harnas onvermijdelijk is een collectieve of organisatorische oplossing in, zoals een werkplatform, leuningwerk of een systeem waarbij nooit alleen wordt gewerkt. - Stel per locatie of project een concreet reddingsplan op: wie redt, met welk middel, binnen welke tijd, en hoe wordt hulp gealarmeerd. - Zorg voor geschikt reddingsmateriaal binnen handbereik van de werkplek, afgestemd op de hoogte en constructie ter plaatse. - Instrueer en train leidinggevenden en werkploegen in het herkennen van hangtrauma en het uitvoeren van de redding, inclusief de juiste houding na bevrijding. - Regel dat nooit alleen op hoogte met harnas wordt gewerkt, zodat er altijd direct iemand kan ingrijpen of alarmeren. - Controleer periodiek of het reddingsplan, het materieel en de kennis van medewerkers nog aansluiten op de actuele werksituatie. - Rust medewerkers pas als laatste stap uit met het harnas en de vanglijn zelf, en zorg dat dit persoonlijke beschermingsmiddel aantoonbaar goedgekeurd en op maat is. ## Toetsbare aspecten - **Reddingsplan aanwezig** — voor elke locatie waar met harnas wordt gewerkt, ligt een schriftelijk reddingsplan met rollen, middelen en tijdsindicatie. Bewijs: het reddingsplan zelf, gekoppeld aan de werkplek of het project. Frequentie: bij start van elk project of bij wijziging van de werkplek. - **Alarmeringsprocedure** — er is een vastgelegde manier om bij een val direct hulp te alarmeren, intern en extern. Bewijs: instructiekaart of procedure met contactgegevens op de werkplek. Frequentie: jaarlijks gecontroleerd en na elke wijziging van contactpersonen. - **Reddingsmateriaal op locatie** — aanwezigheid van geschikt reddingsmiddel binnen redelijke afstand van de werkplek. Bewijs: visuele inspectie op de werkplek en een uitgiftelijst of locatieoverzicht. Frequentie: bij elke werkopdracht met valgevaar. - **Training hangtraumaredding** — leidinggevenden en minimaal één collega per ploeg zijn getraind in het herkennen en uitvoeren van een redding. Bewijs: trainingscertificaten met naam, datum en geldigheidsduur. Frequentie: jaarlijks of volgens de geldigheidstermijn van de training. - **Nooit alleen werken op hoogte** — bij werk met harnas is altijd een tweede persoon aanwezig die kan ingrijpen. Bewijs: werkplanning of ploegenindeling waaruit dit blijkt. Frequentie: bij elke planning van werkzaamheden op hoogte. - **Keuring en registratie PBM** — harnassen, vanglijnen en ankerpunten zijn periodiek gekeurd en de keuringen zijn traceerbaar per exemplaar. Bewijs: keuringslabel op het materiaal en een keuringsregister. Frequentie: volgens fabrieksvoorschrift, doorgaans jaarlijks. - **Toolboxinstructie hangtrauma** — medewerkers zijn geïnstrueerd over het risico van hangtrauma en de eerste minuten na een val. Bewijs: toolboxverslag met aanwezigheidslijst en behandelde inhoud. Frequentie: bij aanvang van werkzaamheden met valgevaar en jaarlijks herhaald. - **Evaluatie na incident of oefening** — na een val of een reddingsoefening wordt geëvalueerd of het plan werkte en wordt bijgesteld waar nodig. Bewijs: evaluatieverslag met genomen vervolgacties. Frequentie: direct na elk incident of elke oefening. ## Veelvoorkomende knelpunten - Er is een harnas en een ankerpunt geregeld, maar geen concreet reddingsplan; de valbeveiliging stopt bij "opvangen", niet bij "redden". - Reddingsmateriaal staat wel op papier in het plan, maar ligt niet daadwerkelijk op de werkplek zelf. - Leidinggevenden kennen het risico van hangtrauma onvoldoende en onderschatten de tijdsdruk van enkele minuten. - Ingeleend of tijdelijk personeel werkt op hoogte zonder dat zij zijn meegenomen in de instructie over het reddingsplan van die specifieke locatie. - Na een bijna-ongeval of oefening wordt geen evaluatie vastgelegd, waardoor dezelfde tekortkoming in het plan blijft bestaan. - Trainingscertificaten zijn verlopen of niet meer gekoppeld aan de mensen die daadwerkelijk op de werkvloer aanwezig zijn. ## Hoe u het borgt De direct leidinggevende op de locatie is verantwoordelijk voor de dagelijkse naleving: aanwezigheid van reddingsmateriaal, correcte ploegbezetting en actuele instructie. De preventiemedewerker of arbo-coördinator toetst periodiek, minimaal jaarlijks en bij elke nieuwe projectlocatie, of het reddingsplan nog actueel is en of trainingen op peil zijn. Bij een incident, bijna-ongeval of oefening wordt direct geëvalueerd en wordt het plan zo nodig bijgesteld, met vastlegging van de aanpassing. Nieuwe medewerkers, uitzendkrachten en onderaannemers worden bij aanvang van hun werkzaamheden expliciet geïnstrueerd over het geldende reddingsplan van die specifieke locatie, zodat niemand op hoogte werkt zonder te weten wie ingrijpt en hoe. Zo blijft de beheersing van hangtrauma een levend onderdeel van de dagelijkse praktijk in plaats van een document in de kast.

Risico's