Reiniging, desinfectie, sterilisatie en decontaminatie

## Wat speelt hier Reiniging, desinfectie, sterilisatie en decontaminatie zijn de maatregelen waarmee een organisatie voorkomt dat medewerkers worden blootgesteld aan schadelijke micro-organismen op instrumenten, oppervlakken, apparatuur, werkkleding of afvalstromen. Dit speelt overal waar met biologische agentia wordt gewerkt of waar besmetting kan optreden: laboratoria, zorginstellingen, dierenartspraktijken, afvalverwerking, voedselverwerking, wasserijen die besmet linnengoed verwerken en technische diensten die apparatuur onderhouden die met lichaamsvloeistoffen of biologisch materiaal in aanraking is geweest. Het risico zit in de overdracht van ziekteverwekkers via handen, oppervlakken, lucht of gedeeld gereedschap wanneer reiniging niet grondig, niet op het juiste niveau of niet op het juiste moment gebeurt. Denk aan een instrument dat na gebruik niet correct wordt gesteriliseerd voordat het opnieuw wordt ingezet, een werkplek na een morsincident die niet volgens protocol wordt gedecontamineerd, of persoonlijke beschermingsmiddelen die worden hergebruikt zonder tussentijdse reiniging. Ook het onderscheid tussen reinigen (vuil verwijderen), desinfecteren (micro-organismen doden tot een veilig niveau) en steriliseren (alle micro-organismen inclusief sporen doden) wordt in de praktijk vaak niet scherp toegepast, waardoor het verkeerde middel of proces voor de situatie wordt gekozen. Een derde situatie is de omgang met afval en verontreinigd materiaal na een reinigingsproces: als dit niet gescheiden en volgens protocol wordt afgevoerd, ontstaat alsnog een besmettingsrisico verderop in het proces, bijvoorbeeld bij schoonmaakpersoneel of afvalverwerkers die niet weten wat zij in handen hebben. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke werkzaamheden, ruimtes en materialen daadwerkelijk risico op besmetting met biologische agentia met zich meebrengen. - Kies waar mogelijk voor werkwijzen of materialen die reiniging overbodig maken of vereenvoudigen, zoals wegwerpmateriaal of gesloten systemen, om blootstelling bij de bron te beperken. - Richt voor elke risicovolle ruimte of handeling een vast reinigings-, desinfectie- of sterilisatieproces in, inclusief de juiste middelen, contacttijden en volgorde van handelingen. - Leg de protocollen schriftelijk vast, inclusief wie verantwoordelijk is, welk middel bij welk risico hoort en hoe een incident of morsing wordt afgehandeld. - Instrueer alle medewerkers die met reiniging, desinfectie of decontaminatie te maken hebben, inclusief schoonmaakpersoneel en ingeleend personeel, en herhaal dit periodiek. - Regel pas daarna de aanvullende persoonlijke bescherming, zoals handschoenen, schorten of gelaatsbescherming, afgestemd op het restrisico na de organisatorische maatregelen. - Controleer regelmatig of protocollen in de praktijk worden gevolgd en of apparatuur zoals sterilisatoren correct functioneert. - Stel een vaste route in voor verontreinigd materiaal en afval, van ontstaan tot afvoer. ## Toetsbare aspecten - **Risico-inventarisatie biologische agentia** — de organisatie heeft vastgesteld waar en bij welke handelingen besmettingsrisico bestaat. Bewijs: RI&E met specifieke paragraaf over biologische agentia en reinigingsrisico's. Frequentie: jaarlijks of bij wijziging van werkzaamheden. - **Reinigings- en desinfectieprotocol per ruimte of proces** — er is een concreet, actueel protocol met middel, methode en frequentie. Bewijs: schriftelijk protocol, zichtbaar op de werkplek of digitaal beschikbaar. Frequentie: bij invoering en jaarlijkse herziening. - **Onderscheid reinigen, desinfecteren en steriliseren** — voor elk type materiaal of oppervlak is vastgelegd welk niveau van behandeling vereist is. Bewijs: procesbeschrijving of werkinstructie met expliciete niveau-aanduiding. Frequentie: bij opstellen en bij aanschaf nieuwe apparatuur of materialen. - **Validatie van sterilisatieapparatuur** — apparatuur wordt periodiek gecontroleerd op correcte werking. Bewijs: onderhouds- en controlelogboek van sterilisatoren of autoclaven. Frequentie: volgens fabrieksvoorschrift, minimaal jaarlijks. - **Instructie en training medewerkers** — medewerkers die reinigen of desinfecteren zijn aantoonbaar geïnstrueerd. Bewijs: instructieverslag, presentielijst of trainingsregistratie. Frequentie: bij indiensttreding en periodiek herhaald. - **Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen** — passende PBM zijn aanwezig en worden gebruikt bij reinigings- en decontaminatietaken. Bewijs: uitgiftelijst PBM en waarneming op de werkplek. Frequentie: doorlopend, steekproefsgewijs gecontroleerd. - **Protocol voor incidenten en morsingen** — er is een vastgelegde werkwijze voor decontaminatie na een besmettingsincident. Bewijs: incidentprotocol en meldingenregister. Frequentie: getoetst bij elk incident, jaarlijks geëvalueerd. - **Afvoer van verontreinigd materiaal en afval** — gescheiden inzameling en afvoer volgens vaste route is ingericht. Bewijs: afvalcontract, etikettering en interne routebeschrijving. Frequentie: doorlopend, jaarlijkse controle van de afspraken. - **Betrokkenheid van derden en ingeleend personeel** — externe schoonmaak- of onderhoudspartijen zijn geïnstrueerd over de geldende protocollen. Bewijs: instructiebewijs, contractafspraken of toolboxverslag. Frequentie: bij start opdracht en jaarlijks herhaald. ## Veelvoorkomende knelpunten - Protocollen staan op papier, maar de praktijk wijkt af doordat contacttijden of concentraties niet worden aangehouden. - Reinigings- of sterilisatiecontroles worden niet structureel geregistreerd, waardoor niet is aan te tonen dat apparatuur betrouwbaar werkte. - Leidinggevenden zijn niet getraind in het herkennen van afwijkingen in reinigingsprocessen en sturen daardoor niet bij. - Ingeleend personeel, uitzendkrachten of externe schoonmaakdiensten vallen buiten het reguliere instructie- en toezichtstraject. - Incidenten met morsing of besmetting worden wel opgelost, maar niet gemeld of geëvalueerd, waardoor herhaling niet wordt voorkomen. - Persoonlijke beschermingsmiddelen worden hergebruikt of niet vervangen zonder tussentijdse reiniging, terwijl dit wel nodig is. ## Hoe u het borgt Wijs een verantwoordelijke aan, bijvoorbeeld een leidinggevende of preventiemedewerker, die periodiek controleert of protocollen worden nageleefd en registraties compleet zijn. Neem reiniging, desinfectie en sterilisatie op als vast onderdeel van de introductie van nieuwe medewerkers en van de instructie aan derden en ingeleend personeel, en herhaal deze instructie jaarlijks. Evalueer incidenten en controleresultaten in het werkoverleg en stel protocollen bij zodra afwijkingen of nieuwe risico's worden gesignaleerd, zodat de aanpak actueel blijft en aantoonbaar aansluit op de praktijk.

Risico's