Vaststellen van de ARIE-plicht

## Wat speelt hier Het vaststellen van de ARIE-plicht is de stap waarbij een organisatie beoordeelt of de gevaarlijke stoffen die op de locatie aanwezig zijn, in soort en hoeveelheid, een verhoogd risico op een zwaar ongeval met zich meebrengen. Dit speelt overal waar stoffen worden opgeslagen, overgeslagen, verwerkt of getransporteerd: een opslagloods met brandbare vloeistoffen, een technische ruimte met cryogene gassen, een productiehal waar oxiderende of bijtende stoffen worden gebruikt, of een tankpark met vloeibare brandstoffen. De indeling van deze stoffen volgt de bekende ADR-klassen, van ontplofbare stoffen en gassen tot bijtende en milieugevaarlijke stoffen, en elke klasse brengt een eigen gevaarsprofiel met zich mee. Het risico dat beheerst moet worden, is niet alleen het dagelijkse blootstellingsrisico, maar vooral het risico op een zwaar ongeval met grote gevolgen voor werknemers, hulpverleners en omgeving. Wanneer een organisatie niet expliciet vaststelt of zij binnen deze zwaardere risicocategorie valt, ontbreekt vaak het bijbehorende preventiebeleid, het interne noodplan en de beoordeling van zogeheten domino-effecten met naburige bedrijven. Daardoor is de organisatie bij een calamiteit onvoorbereid en weet het personeel niet welke aanvullende maatregelen gelden bovenop de reguliere RI&E. ## Wat u moet doen - Breng alle gevaarlijke stoffen op de locatie in kaart, inclusief ADR-klasse, hoeveelheid en opslaglocatie. - Beoordeel op basis van deze inventarisatie of drempelwaarden worden bereikt die een aanvullende risicobeoordeling vereisen. - Leg de uitkomst van deze beoordeling vast als onderdeel van de RI&E, inclusief de motivering. - Richt de opslag en verwerking zo in dat stoffen fysiek gescheiden zijn, ventilatie en brandbeheersing op orde zijn en incompatibele klassen niet samen worden bewaard. - Stel bij een positieve uitkomst een preventiebeleid en intern noodplan op, gericht op het voorkomen en beperken van een zwaar ongeval. - Instrueer leidinggevenden en medewerkers over de vastgestelde risico's, de noodprocedures en hun eigen rol daarin. - Controleer periodiek of de situatie nog overeenkomt met de vastgestelde inventarisatie en pas de beoordeling aan bij wijziging van stoffen of hoeveelheden. - Zet persoonlijke beschermingsmiddelen in als laatste laag, aanvullend op de organisatorische en technische maatregelen. ## Toetsbare aspecten - **Stoffeninventarisatie** — een actueel overzicht van alle gevaarlijke stoffen met ADR-klasse en hoeveelheid moet aanwezig zijn. Bewijs: register of stoffenlijst. Frequentie: jaarlijks en bij elke wijziging van het assortiment. - **Uitgevoerde ARIE-toets** — vastgesteld en gedocumenteerd of drempelwaarden worden bereikt. Bewijs: beoordelingsdocument als onderdeel van de RI&E. Frequentie: bij opstellen RI&E en bij wijziging van stoffen. - **Preventiebeleid zware ongevallen** — indien van toepassing schriftelijk vastgelegd en bekend bij betrokkenen. Bewijs: beleidsdocument met dagtekening. Frequentie: jaarlijkse evaluatie. - **Intern noodplan** — beschikbaar, actueel en afgestemd op de aanwezige stoffen. Bewijs: noodplan en verslag van een oefening. Frequentie: jaarlijks getoetst en geoefend. - **Opslagvoorschriften** — scheiding van stofklassen, ventilatie en brandbeheersing zichtbaar op de werkplek. Bewijs: inspectieronde of opslaglijst gekoppeld aan locatie. Frequentie: periodieke controle. - **Veiligheidsinformatiebladen** — aanwezig, actueel en gekoppeld aan de gebruikte stoffen. Bewijs: VIB-register. Frequentie: jaarlijks gecontroleerd op actualiteit. - **Instructie en training** — medewerkers die met de stoffen werken zijn aantoonbaar geïnstrueerd. Bewijs: trainingsregistratie per medewerker. Frequentie: bij indiensttreding en periodiek herhaald. - **Beoordeling domino-effecten** — nagegaan of nabijgelegen activiteiten het risico kunnen vergroten. Bewijs: schriftelijke beoordeling. Frequentie: bij wijziging van locatie, buren of stoffenhoeveelheid. - **Actualisatie na wijziging** — de RI&E is bijgewerkt na een relevante verandering. Bewijs: versiebeheer met datum van herbeoordeling. Frequentie: direct bij wijziging. ## Veelvoorkomende knelpunten - De ARIE-toets is ooit uitgevoerd maar nooit herhaald na uitbreiding van het stoffenassortiment. - Tijdelijke of kleine opslaglocaties, zoals een noodvoorraad in een werkplaats, ontbreken in de inventarisatie. - Het preventiebeleid staat op papier, maar leidinggevenden kennen de inhoud niet en passen het niet toe. - Noodplannen zijn opgesteld, maar nooit geoefend, waardoor onduidelijk is of ze in de praktijk werken. - Ingeleend personeel en aannemers werken met of nabij gevaarlijke stoffen zonder dezelfde instructie als vaste medewerkers. - Signalen uit incidenten of bijna-ongevallen leiden niet tot herbeoordeling van de ARIE-status. ## Hoe u het borgt De preventiemedewerker of veiligheidscoördinator bewaakt de stoffeninventarisatie en de uitkomst van de ARIE-toets, en rapporteert hierover aan het management bij elke wijziging in het stoffenpakket en minimaal jaarlijks. Nieuwe medewerkers krijgen de instructie over gevaarlijke stoffen en noodprocedures als vast onderdeel van hun introductie, en aannemers of ingeleend personeel worden vooraf geïnformeerd over de risico's en de geldende opslag- en noodprocedures op de locatie. Afwijkingen die bij controles of oefeningen naar voren komen, worden vastgelegd en opgevolgd met een concrete actie en einddatum, zodat de vaststelling van de ARIE-plicht een levend en actueel onderdeel van de bedrijfsvoering blijft.

Risico's