Dieselmotoremissie en overige verbrandingsproducten

## Wat speelt hier Dieselmotoremissie ontstaat overal waar verbrandingsmotoren op diesel draaien: vrachtwagens die laden en lossen, heftrucks in loodsen, aggregaten op bouwplaatsen, shovels op een terrein of een bus die warmdraait in een garage. De uitlaatgassen bevatten roetdeeltjes en gassen die bij inademing de luchtwegen belasten en bij langdurige blootstelling ernstige gezondheidsschade kunnen veroorzaken. Het risico zit niet alleen in de motor zelf, maar vooral in de plek waar de uitstoot vrijkomt en blijft hangen. Kritiek zijn met name gesloten of half-open ruimten: laadperrons met overheaddeuren die kort openstaan, werkplaatsen waar voertuigen binnen warmdraaien, magazijnen waar heftrucks continu in- en uitrijden, en ondergrondse of half-verdiepte ruimten waar aggregaten staan te draaien. Ook chauffeurs die wachten met draaiende motor, of monteurs die aan een dieselmotor werken terwijl deze proefdraait, lopen verhoogd risico. Werknemers die dagelijks en langdurig in zulke omgevingen werken, zoals magazijnmedewerkers, heftruckchauffeurs en onderhoudspersoneel, bouwen een cumulatieve blootstelling op die niet vanzelf zichtbaar is maar wel gezondheidsschade kan opleveren. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke werkzaamheden en werkplekken met dieselmaterieel te maken hebben, met name in gesloten of slecht geventileerde ruimten. - Vervang waar mogelijk dieselaangedreven materieel door elektrisch of emissiearm materieel, zeker bij gebruik binnen. - Richt bronmaatregelen in, zoals uitlaatgasafzuiging bij vaste werkplekken en roetfilters op mobiel materieel dat binnen moet blijven draaien. - Zorg voor voldoende mechanische ventilatie of afzuiging op plekken waar aggregaten of ander dieselmaterieel binnen wordt ingezet. - Organiseer het werk zodanig dat verblijftijd in ruimten met opeenhoping van uitlaatgassen wordt beperkt, bijvoorbeeld door laad- en losroutes en wachttijden anders te plannen. - Leg vast dat motoren van stilstaand materieel in gesloten ruimten worden uitgeschakeld en instrueer hier actief op. - Stel adembescherming beschikbaar voor situaties waarin blootstelling niet volledig te voorkomen is, en controleer het juiste gebruik. - Neem gezondheidsbewaking op voor medewerkers met langdurige of herhaalde blootstelling. ## Toetsbare aspecten - **Risico-inventarisatie DME** — blootstelling aan dieselmotoremissie is benoemd als risico voor specifieke functies en werkplekken. Bewijs: RI&E met toelichting per werkplek. Frequentie: bij elke RI&E-actualisatie. - **Identificatie kritieke locaties** — ruimten en werkzaamheden waar uitlaatgassen zich kunnen ophopen zijn benoemd, zoals laadperrons en gesloten hallen. Bewijs: plattegrond of overzicht in de RI&E. Frequentie: jaarlijks controleren op wijzigingen. - **Verhoogd-risicogroepen** — is vastgelegd welke functies langdurig of herhaald worden blootgesteld. Bewijs: functieoverzicht of blootstellingsbeoordeling. Frequentie: bij functiewijziging of nieuwe werkmethode. - **Bronmaatregelen** — afzuiging of roetfilters zijn aanwezig op relevante werkplekken en materieel. Bewijs: technische tekening, onderhoudslogboek van filters of afzuiginstallatie. Frequentie: onderhoud volgens leveranciersschema, controle jaarlijks. - **Vervanging door elektrisch materieel** — waar mogelijk is dieselmaterieel binnen vervangen. Bewijs: materieellijst met aandrijftype per locatie. Frequentie: bij vervangingsmomenten van materieel. - **Ventilatie op locatie** — aanwezigheid en werking van ventilatie of afzuiging bij binnengebruik van generatoren of ander dieselmaterieel. Bewijs: meetrapport luchtkwaliteit of onderhoudsbewijs ventilatiesysteem. Frequentie: jaarlijkse controle, extra na wijziging van inrichting. - **Instructie motoren uit** — personeel is geïnstrueerd om motoren van stilstaand materieel binnen uit te zetten. Bewijs: instructiekaart, toolboxverslag met presentielijst. Frequentie: bij indiensttreding en jaarlijks herhalen. - **Voorlichting en onderricht** — werknemers zijn voorgelicht over gezondheidsrisico's van roet en uitlaatgassen en onderricht in veilig werken met dieselmaterieel. Bewijs: voorlichtingsmateriaal, trainingsregistratie met namen en data. Frequentie: bij indiensttreding en periodiek herhalen. - **PBM-adembescherming** — beschikbaarheid en correct gebruik van adembescherming waar blootstelling niet is uit te sluiten. Bewijs: uitgiftelijst PBM, observatie op de werkvloer. Frequentie: bij uitgifte en periodieke werkplekcontrole. - **Gezondheidsbewaking** — voor blootgestelde groepen is een vorm van gezondheidsbewaking ingericht. Bewijs: afspraak met bedrijfsarts of arbodienst, uitnodigingsbrieven. Frequentie: volgens vastgestelde cyclus, minimaal jaarlijks evalueren. ## Veelvoorkomende knelpunten - De RI&E benoemt dieselmotoremissie in algemene termen, maar mist een koppeling naar concrete werkplekken en functies. - Afzuiging of ventilatie is ooit geïnstalleerd maar wordt niet onderhouden of is buiten gebruik gesteld zonder dat dit wordt opgemerkt. - Leidinggevenden op de werkvloer zijn niet getraind om te herkennen wanneer een ruimte onvoldoende geventileerd is of wanneer materieel te lang blijft draaien. - Ingeleend personeel en chauffeurs van derden krijgen de instructie over motoren uitzetten niet mee, terwijl zij dagelijks op het terrein aanwezig zijn. - Klachten over irritatie of geur worden niet structureel geregistreerd, waardoor een patroon niet zichtbaar wordt en opvolging uitblijft. - Gezondheidsbewaking is wel afgesproken op papier, maar wordt in de praktijk niet uitgevoerd of niet gekoppeld aan de daadwerkelijk blootgestelde groep. ## Hoe u het borgt Wijs een verantwoordelijke aan, bijvoorbeeld de preventiemedewerker of leidinggevende materieel, die periodiek nagaat of bronmaatregelen werken, ventilatie functioneert en instructies worden nageleefd. Neem controle van deze punten op in de reguliere werkplekinspectie en bespreek bevindingen in het werkoverleg, met een vastgelegde opvolging bij afwijkingen. Zorg dat nieuwe medewerkers en ingeleend personeel de instructie over dieselmaterieel en ventilatie standaard krijgen voordat zij zelfstandig werken, en leg deelname vast in een trainingsregister. Evalueer minimaal jaarlijks of de genomen maatregelen nog aansluiten op de praktijk en verwerk wijzigingen in de RI&E en het plan van aanpak, zodat het thema aantoonbaar actueel blijft.

Risico's