Nanomaterialen en ultrafijne deeltjes

## Wat speelt hier Nanomaterialen zijn stoffen die (deels) bestaan uit deeltjes kleiner dan 100 nanometer, en ultrafijne deeltjes ontstaan onbedoeld bij processen zoals lassen, slijpen, 3D-printen, verbranding of thermisch spuiten. Beide typen deeltjes komen voor in productieomgevingen waar poeders, coatings, composieten of verf met nanoadditieven worden verwerkt, in laboratoria waar nanomaterialen worden gesynthetiseerd, en op werkplekken waar machines met hoge temperaturen of hoge snelheden materiaal bewerken. Doordat de deeltjes zo klein zijn, dringen ze diep door in de longen en kunnen ze via het bloed andere organen bereiken. Het gezondheidsrisico zit in de onvoorspelbaarheid: van veel nanomaterialen is de langetermijntoxiciteit nog niet volledig bekend, en gangbare blootstellingsnormen voor de "gewone" stof gelden niet automatisch voor de nanovorm ervan. Een stof die in grove vorm onschadelijk lijkt, kan in nanovorm heel anders reageren in het lichaam. Daarnaast is er risico op secundaire blootstelling: medewerkers die eindproducten met nanomaterialen verder bewerken, schuren of demonteren, kunnen deeltjes vrijmaken zonder dat dit als "werken met nanomaterialen" wordt herkend. Concreet speelt dit bijvoorbeeld bij het mengen van nanopoeders in coatings, het onderhouden van filters die nanodeeltjes hebben afgevangen, laswerkzaamheden waarbij rook met ultrafijne metaaloxidedeeltjes vrijkomt, en bewerkingen van composietmaterialen met nanovulstoffen. Organisaties onderschatten dit risico vaak omdat de deeltjes onzichtbaar zijn en er geen directe irritatie optreedt. ## Wat u moet doen - **Inventariseer** welke nanomaterialen in het werkproces worden geproduceerd, verwerkt, bewerkt of vrijkomen als bijproduct, inclusief grondstoffen en eindproducten. - **Vervang waar mogelijk** een nanomateriaal of nanotoepassing door een minder risicovolle variant of bewerkingsmethode, als het proces dat toelaat. - **Beperk het vrijkomen bij de bron** door processen zoveel mogelijk gesloten uit te voeren, natte of vochtige bewerkingsmethoden toe te passen, en emissie bij ontstaanspunt af te zuigen. - **Richt de werkplek zo in** dat verspreiding van vrijgekomen deeltjes naar andere ruimtes of werkplekken wordt voorkomen, bijvoorbeeld door ruimtelijke scheiding of onderdruk. - **Leg een specifieke risicobeoordeling vast** voor elke nano-toepassing, met aandacht voor onbekende toxiciteit en secundaire blootstelling via producten of afval. - **Zet organisatorische maatregelen op**, zoals werkinstructies, beperking van de blootstellingsduur en aparte reiniging van werkkleding en apparatuur. - **Verstrek persoonlijke beschermingsmiddelen** die geschikt zijn voor ultrafijne deeltjes, pas nadat bron- en collectieve maatregelen zijn benut. - **Instrueer en train medewerkers** specifiek op de taken waarbij zij met nanomaterialen werken, en controleer periodiek of instructies worden opgevolgd. ## Toetsbare aspecten - **Arbobeleid met nanoparagraaf** — het beleid benoemt expliciet de risico's van nanomaterialen en ultrafijne deeltjes. Bewijs: vastgesteld arbobeleidsdocument. Frequentie: jaarlijkse toetsing bij beleidsherziening. - **Deskundige beoordeling geborgd** — er is toegang tot een deskundige werknemer of arbodienst die nano-risico's kan beoordelen. Bewijs: contract, functieomschrijving of afsprakenoverzicht met de deskundige. Frequentie: bij aanstelling en bij wijziging van de dienstverlening. - **Schriftelijke inventarisatie van nanomaterialen** — alle nanomaterialen die worden geproduceerd, verwerkt of gebruikt staan op naam en toepassing vastgelegd. Bewijs: stoffenregister of nano-inventarisatielijst. Frequentie: jaarlijks en bij elke procesaanpassing. - **Specifieke risicobeoordeling nano** — voor elke nano-toepassing is een beoordeling gemaakt die rekening houdt met onbekende of onvoorspelbare toxiciteit. Bewijs: risicobeoordeling per toepassing, gekoppeld aan de RI&E. Frequentie: bij introductie van een nieuwe toepassing en jaarlijks herzien. - **Actualisatie bij wijzigingen** — de risicobeoordeling wordt bijgewerkt zodra bewerkingsprocessen of gebruikte stoffen veranderen. Bewijs: versiebeheer en wijzigingslogboek van de risicobeoordeling. Frequentie: direct bij elke procesaanpassing. - **Aandacht voor secundaire blootstelling** — de beoordeling omvat blootstelling via producten die nanomaterialen bevatten, ook bij nabewerking of afvalverwerking. Bewijs: paragraaf secundaire blootstelling in de risicobeoordeling. Frequentie: jaarlijkse toetsing. - **Technische maatregelen tegen emissie** — afzuiging, inkapseling of natte bewerking is aantoonbaar aanwezig op plekken waar ultrafijne deeltjes ontstaan. Bewijs: technische tekening, onderhoudslogboek van afzuiging of ventilatie. Frequentie: periodieke inspectie en onderhoud volgens onderhoudsschema. - **Voorlichting en onderricht op maat** — medewerkers krijgen voorlichting over risico's en onderricht dat is toegesneden op hun specifieke nano-taken. Bewijs: trainingsregistratie met naam, datum en onderwerp. Frequentie: bij indiensttreding en bij taakwijziging, jaarlijks herhaald. - **Beschikbaarheid en gebruik van PBM** — passende beschermingsmiddelen zijn aanwezig en worden aantoonbaar op de juiste wijze gebruikt. Bewijs: uitgiftelijst PBM en waarneming op de werkplek. Frequentie: bij uitgifte en tijdens periodieke werkplekcontrole. - **Plan van aanpak met tijdgebonden maatregelen** — het plan van aanpak bevat concrete maatregelen tegen blootstelling met een deadline en verantwoordelijke. Bewijs: plan van aanpak gekoppeld aan de RI&E. Frequentie: voortgang minimaal ieder kwartaal. ## Veelvoorkomende knelpunten - De risicobeoordeling staat op papier, maar op de werkvloer wordt niet gecontroleerd of afzuiging daadwerkelijk draait tijdens de bewerking. - Nanomaterialen die als bijproduct ontstaan, zoals lasrook of slijpstof, worden niet als zodanig herkend en dus niet meegenomen in de inventarisatie. - Leidinggevenden zijn onvoldoende getraind om nano-risico's te herkennen en sturen daardoor niet bij wanneer instructies niet worden nageleefd. - Ingeleend personeel en onderaannemers werken met dezelfde processen, maar krijgen geen toegesneden voorlichting en blijven buiten het overzicht van de organisatie. - Registraties van blootstelling, onderhoud van afzuiging of trainingen ontbreken of zijn verouderd, waardoor aantoonbaarheid ontbreekt. - Er is geen opvolging wanneer een risicobeoordeling verbeterpunten signaleert, waardoor maatregelen jarenlang op de actielijst blijven staan. ## Hoe u het borgt Wijs een verantwoordelijke aan, bijvoorbeeld de preventiemedewerker of leidinggevende van het proces, die periodiek nagaat of de inventarisatie, risicobeoordeling en maatregelen nog actueel zijn en of instructies daadwerkelijk worden nageleefd. Neem nieuwe medewerkers, tijdelijke krachten en ingeleend personeel standaard op in de voorlichting en PBM-verstrekking voordat zij met nanomaterialen in aanraking komen, en leg dit vast in de instroomprocedure. Bespreek bevindingen uit werkplekcontroles en incidenten in het reguliere arbo-overleg en zet verbeterpunten met een deadline in het plan van aanpak, zodat afwijkingen zichtbaar worden opgevolgd in plaats van op papier blijven staan. Door de inventarisatie, risicobeoordeling, maatregelen en trainingen structureel te herzien bij elke procesverandering, houdt de organisatie dit thema blijvend en aantoonbaar op orde.

Risico's