Bodemlozingen

## Wat speelt hier Bodemlozingen zijn lozingen van afvalwater of vloeistof rechtstreeks op of in de bodem, bijvoorbeeld via een infiltratievoorziening, een put, een greppel of een oppervlak dat direct in contact staat met de grond. Dit komt voor bij activiteiten zoals het reinigen van drinkwaterleidingen, het afvoeren van hemelwater dat over verontreinigde oppervlakken is gelopen, koelwater, spoelwater van installaties, of afvalwater uit horeca- en bedrijfsprocessen dat niet op de riolering wordt aangesloten. Ook tijdelijke situaties, zoals werkzaamheden waarbij bemalingswater of reinigingswater wordt geloosd, vallen hieronder. Het risico zit in de kwaliteit van wat er wordt geloosd en de plek waar dat gebeurt. Vloeistoffen met desinfecteermiddelen, reinigingsmiddelen, oliën of andere verontreinigingen kunnen de bodem en het grondwater verontreinigen, wat gevolgen heeft voor de bodemkwaliteit, de omgeving en soms voor drinkwaterbronnen. Daarnaast kan een bodemlozing die niet goed is afgestemd op de terreingesteldheid leiden tot wateroverlast bij de eigen locatie of bij omliggende percelen. Voor de organisatie is het risico dus tweeledig: milieuschade aan bodem en water, en praktische overlast of schade door verkeerd afstromend water. Voor de medewerker die met deze processen werkt speelt bovendien het risico van blootstelling aan de geloosde stof zelf, zeker wanneer het gaat om reinigings- of desinfectiemiddelen met een bijtend, giftig of brandbaar karakter. De aard van de vloeistof bepaalt in belangrijke mate welke voorzorgen nodig zijn, zowel voor de bodem als voor degene die de lozing uitvoert of controleert. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke lozingen op de locatie plaatsvinden of kunnen plaatsvinden, inclusief tijdelijke lozingen zoals reinigings- of bemalingswater. - Voorkom waar mogelijk dat vervuild water op de bodem terechtkomt: sluit processen aan op de riolering of een gesloten opvang in plaats van rechtstreekse bodemlozing. - Werk volgens de best beschikbare technieken en volg de voorkeursroute voor de afvoer van afvalwater, zodat bodemlozing alleen de laatste optie is. - Beoordeel per lozing of deze een bodemlozing veroorzaakt die wateroverlast kan geven op eigen terrein of bij de buren, en pas de inrichting daarop aan. - Controleer of het te lozen water stoffen zoals desinfecteermiddelen bevat en regel voor die situaties de benodigde toestemming of afspraken voordat wordt geloosd. - Leg vast welke regels gelden voor de locatie, of dit nu regels uit het omgevingsplan zijn of regels die daarvoor tijdelijk zijn overgenomen, en welke waterschapsregels van toepassing zijn. - Instrueer medewerkers die met lozingen werken over de juiste route, de risico's van de gebruikte middelen en wat te doen bij een onbedoelde lozing. - Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen bij handelingen met bijtende of giftige reinigings- en desinfectiemiddelen, als laatste laag van bescherming. ## Toetsbare aspecten - **Overzicht van lozingspunten** — een actuele lijst van plekken waar water op of in de bodem terechtkomt. Bewijs: locatietekening of lozingenregister. Frequentie: jaarlijks geactualiseerd. - **Onderbouwing voorkeursroute** — vastgelegd waarom voor een bepaalde afvoerroute is gekozen en waarom bodemlozing eventueel onvermijdelijk is. Bewijs: notitie of afwegingsdocument per lozing. Frequentie: bij wijziging van het proces. - **Toetsing wateroverlast** — een beoordeling of de bodemlozing wateroverlast op eigen terrein of bij derden kan veroorzaken. Bewijs: schriftelijke beoordeling of technisch advies. Frequentie: bij inrichting of aanpassing van de lozingsvoorziening. - **Stofsamenstelling van het geloosde water** — bekend is welke stoffen, zoals desinfecteermiddelen, in het afvalwater kunnen voorkomen. Bewijs: productinformatie of veiligheidsinformatieblad van gebruikte middelen. Frequentie: bij elke wijziging van gebruikte middelen. - **Toestemming voor lozingen met desinfecteermiddelen** — aantoonbaar dat voor deze lozingen de benodigde afspraken of toestemming zijn geregeld. Bewijs: correspondentie of toestemmingsdocument. Frequentie: voorafgaand aan de lozing, jaarlijks gecontroleerd op geldigheid. - **Toepasselijke regelgeving per locatie** — vastgesteld welke regels gelden, inclusief eventuele overgangsregels. Bewijs: overzicht van geldende regels per locatie. Frequentie: jaarlijks of bij wijziging van regelgeving. - **Instructie medewerkers** — medewerkers die met lozingsgevoelige processen werken, kennen de juiste werkwijze en risico's. Bewijs: instructieverslag of toolboxregistratie. Frequentie: jaarlijks en bij nieuwe medewerkers. - **Aanwezigheid en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen** — passende middelen zijn beschikbaar en worden gebruikt bij werk met bijtende of giftige stoffen. Bewijs: uitgiftelijst en werkplekcontrole. Frequentie: bij uitgifte en periodieke werkplekinspectie. - **Registratie van incidenten** — onbedoelde lozingen of afwijkingen zijn vastgelegd, inclusief genomen maatregelen. Bewijs: incidentenregister. Frequentie: direct na voorval, jaarlijks geëvalueerd. ## Veelvoorkomende knelpunten - Op papier is een lozingsroute beschreven, maar in de praktijk wordt afwijkend gehandeld, bijvoorbeeld omdat een aansluiting op de riolering ontbreekt of te ver weg ligt. - Er is geen actueel overzicht van alle lozingspunten, waardoor tijdelijke of incidentele lozingen buiten beeld blijven. - Leidinggevenden zijn niet op de hoogte van de regels die voor hun locatie gelden en herkennen een bodemlozing niet als aandachtspunt. - Ingeleend personeel of onderaannemers die reinigings- of bemalingswerkzaamheden uitvoeren, werken buiten het zicht van de vaste organisatie en volgen de interne afspraken niet. - Toestemming voor het gebruik van desinfecteermiddelen bij een lozing is niet geregeld of niet meer actueel. - Onbedoelde lozingen of afwijkingen worden niet gemeld of geregistreerd, waardoor geen opvolging plaatsvindt en het risico blijft bestaan. ## Hoe u het borgt De verantwoordelijke voor milieu en bodemzaken binnen de organisatie houdt het overzicht van lozingspunten en de bijbehorende regels actueel en controleert minimaal jaarlijks of de praktijk nog overeenkomt met de vastgelegde werkwijze. Bij wijzigingen in processen, middelen of locatie wordt de beoordeling opnieuw gedaan en worden medewerkers opnieuw geïnstrueerd. Nieuwe medewerkers en externe partijen die met lozingsgevoelige werkzaamheden te maken krijgen, worden bij aanvang geïnstrueerd en pas ingezet nadat zij op de hoogte zijn van de geldende afspraken. Zo blijft de organisatie aantoonbaar in controle over haar bodemlozingen.

Risico's