Hemelwater

## Wat speelt hier Hemelwater dat op een bedrijfsterrein valt, spoelt over daken, verhardingen, opslagplaatsen en laad- en losplekken. Onderweg neemt het stoffen mee: olie- en brandstofresten van een wasplaats of tankstation, metaaldeeltjes en spoelwater van een buitenopslag, of uitloging vanaf een chemicaliënopslag die niet overkapt is. Dat verontreinigde hemelwater komt via kolken, drainage of rechtstreekse afstroming terecht in het riool, de bodem of het oppervlaktewater. Op plekken waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of overgeslagen — denk aan vaten met een gevaarsindeling voor brandbare, bijtende of milieugevaarlijke stoffen — is het risico op vervuiling van hemelwater het grootst. Het risico zit niet alleen in de eenmalige lozing. Bij een nieuwe activiteit of een uitbreiding van een lozingspunt op oppervlaktewater kan de concentratie van een stof in het ontvangende water structureel toenemen. Dat is een risico dat de organisatie vooraf moet beoordelen: verandert de inrichting van het terrein iets aan de afvoerroute van hemelwater, en welke stoffen kunnen daarin terechtkomen? Zonder die beoordeling ontstaat een blinde vlek: men denkt "het is maar regenwater", terwijl het feitelijk een potentiële verontreinigingsroute is die net zo serieus genomen moet worden als een directe lozing. Concreet komt dit voor bij buitenopslag van chemicaliën of afval zonder overkapping, bij was- en reinigingsplaatsen voor voertuigen of materieel, bij laad- en losactiviteiten met morsgevoelige stoffen, en bij bedrijfsterreinen waar de hemelwaterafvoer niet gescheiden is van een vuilwaterafvoer. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke activiteiten op het terrein hemelwater kunnen verontreinigen, en waar dat water naartoe stroomt. - Voorkom bij de bron: plaats opslag en overslag van vervuilende stoffen onder een dak of in een lekbak, zodat hemelwater er niet mee in contact komt. - Richt de afvoer zo in dat schoon hemelwater gescheiden blijft van mogelijk verontreinigd water, bijvoorbeeld door een aparte afvoerroute voor wasplaatsen of laad- en losplekken. - Leg vast welke lozingspunten er zijn, wat erop aangesloten is en of een wijziging in het terrein gevolgen heeft voor de bestaande afvoer. - Instrueer medewerkers die met vervuilende stoffen werken over morsen, opruimen en het afdekken van kolken bij calamiteiten. - Controleer periodiek de staat van kolken, olie-afscheiders en overkappingen, en leg deze controle vast. - Zet persoonlijke maatregelen, zoals absorptiemateriaal en noodkits bij morsingen, pas in als sluitstuk naast de organisatorische maatregelen. ## Toetsbare aspecten - **Terreinoverzicht hemelwaterafvoer** — een actueel schema van waar hemelwater vandaan komt en waar het naartoe gaat. Bewijs: terreintekening of rioleringsschema. Frequentie: bij wijziging van het terrein, minimaal jaarlijks gecontroleerd. - **Afscherming vervuilende activiteiten** — opslag- en werkplekken met risicostoffen zijn overkapt of voorzien van opvang. Bewijs: foto's of inspectierapport van de locatie. Frequentie: jaarlijkse visuele controle. - **Scheiding schoon en vervuild water** — hemelwater van schone dakvlakken is aantoonbaar gescheiden van water dat via risicovolle plekken afstroomt. Bewijs: rioleringstekening met aanduiding van afvoerroutes. Frequentie: bij aanleg en bij wijzigingen. - **Werking olie-afscheiders en kolken** — voorzieningen worden periodiek geleegd en gecontroleerd op functioneren. Bewijs: onderhoudslogboek of factuur van de leegplicht. Frequentie: volgens onderhoudsschema, minimaal jaarlijks. - **Instructie medewerkers** — personeel dat met vervuilende stoffen werkt, weet hoe te handelen bij morsen nabij een kolk of afvoer. Bewijs: instructieverslag of toolboxregistratie. Frequentie: bij indiensttreding en jaarlijkse opfrissing. - **Aanwezigheid noodmaterialen** — absorptiemateriaal en afdekmiddelen voor kolken zijn op de juiste plek aanwezig en compleet. Bewijs: controlelijst bij de noodkist. Frequentie: per kwartaal. - **Registratie van incidenten** — gevallen van morsing of onbedoelde afstroming zijn vastgelegd, inclusief genomen maatregelen. Bewijs: incidentenregister. Frequentie: direct na voorval, jaarlijks geëvalueerd. - **Beoordeling bij wijzigingen** — voordat een nieuwe activiteit of opslag wordt toegevoegd, is beoordeeld wat dit betekent voor de hemelwaterafvoer. Bewijs: interne wijzigingsbeoordeling of memo. Frequentie: bij elke relevante terreinwijziging. ## Veelvoorkomende knelpunten - Er ligt een rioleringsschema, maar niemand op de werkvloer weet welke kolk waarheen afvoert. - Overkappingen worden na verbouwing niet teruggeplaatst en niemand signaleert dit. - Onderhoud van olie-afscheiders staat op papier gepland, maar de uitvoering wordt niet geregistreerd of overgeslagen. - Leidinggevenden zijn niet geïnstrueerd over wat een verontreinigingsrisico via hemelwater precies inhoudt, waardoor het bij rondgangen niet wordt herkend. - Ingehuurd personeel of onderaannemers die op het terrein werken, kennen de afvoerroutes en noodprocedures niet. - Incidenten met morsingen worden mondeling opgelost, maar niet vastgelegd, waardoor patronen niet zichtbaar worden. ## Hoe u het borgt De verantwoordelijkheid voor deze borging ligt bij de terrein- of facilitair verantwoordelijke, die minimaal jaarlijks de staat van afvoervoorzieningen, overkappingen en registraties toetst en dit koppelt aan de reguliere veiligheidsrondgang. Bij wijzigingen op het terrein, zoals een nieuwe opslagplek of een aangepaste laad- en losroute, wordt vooraf beoordeeld of dit gevolgen heeft voor de hemelwaterafvoer en wordt dit vastgelegd voordat de wijziging ingaat. Nieuwe medewerkers en tijdelijke krachten krijgen bij hun introductie op het terrein een korte instructie over de afvoerroutes en het handelen bij morsingen, en deze instructie wordt herhaald bij structurele wijzigingen op het terrein. Zo blijft de beheersing van hemelwater een vast, aantoonbaar onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering in plaats van een eenmalige inrichting die na verloop van tijd uit beeld raakt.

Risico's