Overgangsrecht
## Wat speelt hier Bij de overgang naar de Omgevingswet zijn oude regelingen zoals het Bouwbesluit 2012, het Activiteitenbesluit milieubeheer en diverse besluiten over bodembescherming vervangen door nieuwe stelsels: het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit. Voor bestaande bouwwerken, lopende vergunningen, meldingen en milieuactiviteiten is bepaald welke oude bepalingen nog gelden en welke automatisch zijn overgegaan naar de nieuwe regelgeving. Dit overgangsrecht bepaalt dus welk regime op dit moment van toepassing is op een concrete situatie. Dit speelt vooral bij verbouw of uitbreiding van een bedrijfspand, bij wijziging van een milieuactiviteit, bij overname van een locatie, bij het opnieuw aanvragen of wijzigen van een vergunning, en bij een controle door gemeente of omgevingsdienst. Denk aan een bestaand bedrijfsgebouw waarvoor ooit onder het Bouwbesluit is gebouwd, een bodembeschermende voorziening die onder een oude regeling is aangelegd, of een milieumelding die is gedaan onder het Activiteitenbesluit. Het risico zit in verkeerde aannames: een organisatie gaat er onterecht van uit dat de oude, soepelere norm blijft gelden, terwijl een verbouwing of gewijzigd gebruik ervoor zorgt dat de nieuwbouw-eisen gaan gelden. Ook kan een vergunning of melding onvolledig zijn overgegaan, waardoor onduidelijk is welk toetsingskader nu daadwerkelijk van toepassing is op de locatie. ## Wat u moet doen - Breng eerst in kaart welke vergunningen, meldingen en ontheffingen de organisatie vóór de invoering van de Omgevingswet had, per locatie en activiteit. - Stel per bouwwerk en activiteit vast of het overgangsrecht van toepassing is, of dat inmiddels het nieuwe regime geldt. - Bepaal bij elke verbouwing, uitbreiding of gewijzigd gebruik vooraf of dit leidt tot toepassing van nieuwbouw-eisen in plaats van de eisen voor bestaande bouw. - Leg de overgangsstatus per locatie en vergunning vast in een centraal en actueel dossier. - Wijs een verantwoordelijke functionaris aan die de overgangssituatie bewaakt en aanspreekpunt is bij wijzigingen. - Instrueer leidinggevenden, facilitair verantwoordelijken en betrokken adviseurs over het onderscheid tussen bestaande bouw, verbouw en nieuwbouw en de gevolgen daarvan. - Controleer periodiek, en in elk geval bij wijziging van gebruik of vergunning, of de vastgelegde overgangsstatus nog klopt. ## Toetsbare aspecten - **Overzicht overgangssituaties** — per locatie en vergunning is vastgelegd welk regime (oud of nieuw) van toepassing is. Bewijs: register of dossier met vergunningen en overgangsstatus. Frequentie: jaarlijks geactualiseerd. - **Onderscheid bestaande bouw, verbouw en nieuwbouw** — vastgelegd of een bouwwerk onder bestaande bouw valt of onder nieuwbouw-eisen. Bewijs: technisch dossier of bouwtekeningen met vermelding van het toepasselijke regime. - **Status vergunningen en meldingen** — nagegaan of oude vergunningen en meldingen zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel of opnieuw moeten worden ingediend. Bewijs: overzicht met geldigheidsdata en status per vergunning. - **Bodembeschermende voorzieningen** — vastgelegd welke voorzieningen onder overgangsrecht vallen en welke eisen daar nu voor gelden. Bewijs: bodembeschermingsplan en keuringsrapporten. - **Aangewezen verantwoordelijke** — een functionaris is belast met de bewaking van het overgangsrecht en omgevingsregelgeving. Bewijs: functieomschrijving of organogram. - **Kennis bij leidinggevenden en facilitair** — betrokkenen weten wanneer een wijziging leidt tot het vervallen van overgangsrecht. Bewijs: trainingsregistratie of verslag van intern overleg. - **Actueel vergunningendossier** — direct raadpleegbaar bij een controle. Bewijs: digitaal of fysiek dossier, met versiedatum. - **Procedure bij verbouw of wijziging** — vastgelegd hoe vooraf wordt getoetst of nieuwbouw-eisen gaan gelden. Bewijs: werkinstructie of procedurebeschrijving. - **Periodieke herbeoordeling** — de overgangsstatus wordt opnieuw bekeken bij wijziging van gebruik, verbouw of vergunning. Bewijs: reviewlog of aantekening in het dossier. ## Veelvoorkomende knelpunten - Het dossier vermeldt een overgangssituatie die niet meer overeenkomt met de werkelijke, inmiddels gewijzigde situatie op de locatie. - Er is geen centrale registratie van welke regeling voor welke locatie of activiteit geldt, waardoor bij een vraag ad hoc moet worden uitgezocht. - Leidinggevenden en facilitair verantwoordelijken kennen het verschil tussen bestaande bouw en verbouw onvoldoende en schatten de gevolgen van een wijziging verkeerd in. - Externe aannemers of adviseurs passen het overgangsrecht toe zonder dat de organisatie dit zelf controleert of laat vastleggen. - Na een verbouwing of wijziging van gebruik blijft de oude vergunningstatus in het dossier staan zonder herbeoordeling. - Bij overname van een pand of activiteit wordt het vergunningendossier niet of onvolledig overgedragen aan de nieuwe eigenaar of gebruiker. ## Hoe u het borgt De aangewezen verantwoordelijke, bijvoorbeeld de facilitair manager of milieucoördinator, houdt het overzicht van overgangssituaties actueel en toetst dit minimaal jaarlijks en bij elke voorgenomen verbouwing, uitbreiding of vergunningwijziging. Afwijkingen worden direct verwerkt in het dossier en, waar nodig, voorgelegd aan een externe adviseur voordat werkzaamheden starten. Nieuwe medewerkers in facilitaire of technische functies worden bij indiensttreding geïnformeerd over de status van de locatie, en externe aannemers en adviseurs ontvangen voorafgaand aan hun opdracht de relevante dossierinformatie zodat zij het juiste toetsingskader hanteren. Zo blijft de organisatie te allen tijde in staat om aan te tonen welk regime op welke locatie van toepassing is.
Risico's
- Arbeidsrisico’s door onvolledig beoordeeld overgangsrecht — Bij de invoering van de Omgevingswet zijn voorschriften voor bouwwerken, milieuactiviteiten, vergunningen en meldingen in een nieuw stelsel ondergebracht. Voor bestaande situaties kan overgangsrecht bepalen of een eerder voorschrift nog doorwerkt of dat het nieuwe regime geldt. Wanneer de werkgever dit niet volledig per locatie, bouwwerk en activiteit beoordeelt, kunnen werkzaamheden worden voorbereid op basis van onjuiste of onvolledige veiligheidseisen. Dit speelt vooral bij verbouw, uitbreiding, gewijzigd gebruik, aanpassing van een milieuactiviteit, overname van een locatie en wijziging van een vergunning of melding. Werknemers, ingehuurde krachten, aannemers en toezichthouders kunnen dan uitgaan van documenten of maatregelen die niet meer aansluiten op de feitelijke situatie. Daardoor kunnen noodzakelijke bouwkundige, technische of organisatorische veiligheidsmaatregelen te laat worden herkend of uitgevoerd. Ook kan onduidelijkheid ontstaan over wie een wijziging moet beoordelen en welke voorwaarden vóór aanvang van het werk moeten zijn vervuld. Zonder beheersing kunnen werknemers worden blootgesteld aan vermijdbare onveilige omstandigheden, kan werk moeten worden stilgelegd en kunnen herstelwerk, onzekerheid en werkdruk ontstaan. De werkgever moet daarom voorkomen dat werkzaamheden starten zolang het toepasselijke regime en de gevolgen daarvan voor veilig werken niet aantoonbaar zijn vastgesteld.
- Bestaande veiligheidsmaatregelen sluiten niet aan op het geldende regime — Na de invoering van de Omgevingswet kan voor een bestaand bouwwerk, een vergunning, een melding of een milieuactiviteit nog overgangsrecht gelden, terwijl voor onderdelen daarvan inmiddels het nieuwe regime van toepassing is. Daardoor kunnen aanwezige veiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op verouderde uitgangspunten of op een onjuiste beoordeling van de actuele situatie. Dit risico speelt vooral bij verbouw, uitbreiding, gewijzigd gebruik, aanpassing van een activiteit, overname van een locatie en wijziging of vernieuwing van een vergunning. Werknemers, aannemers, bezoekers en hulpverleners kunnen dan worden geconfronteerd met voorzieningen die niet meer passen bij de feitelijke werkzaamheden of het toepasselijke toetsingskader. Denk aan bouwkundige, brandveiligheids- of bodembeschermende voorzieningen waarvan zonder controle wordt aangenomen dat zij nog toereikend zijn. Het bestaan van een oude vergunning, melding of voorziening bewijst niet vanzelf dat iedere latere wijziging daaronder blijft vallen. Als de werkgever het toepasselijke regime en de gevolgen voor arbeidsrisico’s niet vaststelt, kunnen tekortkomingen onopgemerkt blijven en kunnen werkzaamheden onder onveilige voorwaarden doorgaan. Dit kan leiden tot incidenten, letsel, blootstelling, werkonderbreking en kostbare herstelmaatregelen. Een gedocumenteerde beoordeling per locatie, bouwwerk, activiteit en voorgenomen wijziging is daarom nodig voordat werkzaamheden of veranderingen worden toegestaan.
- Gewijzigd gebruik activeert onvoorziene veiligheidseisen — Wanneer een werkgever een bedrijfsgebouw verbouwt, uitbreidt of anders gaat gebruiken, kan het toepasselijke wettelijke regime veranderen. Een eerder toegestane situatie blijft dan niet vanzelfsprekend onder oude voorschriften vallen. Zonder voorafgaande beoordeling kunnen ontwerpkeuzes, voorzieningen en werkprocessen worden gebaseerd op eisen die niet meer op de gewijzigde situatie passen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld de inrichting van arbeidsplaatsen, veilige toegang, afscheidingen, brandveilig gebruik of voorzieningen rond een activiteit onvoldoende zijn afgestemd op het feitelijke gebruik. Werknemers, ingehuurde krachten, onderhoudsmedewerkers en bezoekers kunnen hierdoor worden blootgesteld aan vermijdbare veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Het risico neemt toe als oude vergunningen en meldingen niet compleet zijn, wijzigingen informeel worden doorgevoerd, verantwoordelijkheden tussen huurder en eigenaar onduidelijk zijn of de RI&E niet vóór ingebruikname wordt herzien. Ook bijzondere groepen kunnen worden geraakt: voor jeugdige werknemers moet de RI&E specifiek ingaan op onder meer de inrichting van de arbeidsplaats, terwijl arbeid voor zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie veilig moet worden georganiseerd. Als de werkgever niets doet, kunnen noodzakelijke aanpassingen pas na ingebruikname aan het licht komen. Dat kan leiden tot onveilige arbeid, stillegging van werkzaamheden, herstelmaatregelen en uitval van werknemers.
- Onjuist wettelijk regime toegepast na de stelselovergang — Na de invoering van de Omgevingswet kan onduidelijkheid ontstaan over de regels die gelden voor een bestaand bouwwerk, een verbouwing, een vergunning, een melding of een milieuactiviteit. Oude besluiten zijn vervangen, maar voor bestaande situaties en lopende procedures kan overgangsrecht bepalen dat oude voorschriften geheel of gedeeltelijk blijven gelden. Het risico ontstaat wanneer de werkgever zonder controle aanneemt dat het oude regime doorloopt of juist dat alle nieuwe voorschriften direct van toepassing zijn. Daardoor kunnen werkzaamheden worden voorbereid op basis van onjuiste bouwkundige, organisatorische of milieutechnische uitgangspunten. Dit raakt werknemers die een locatie gebruiken, beheren, onderhouden, verbouwen of controleren, maar ook aannemers en zelfstandigen die op onvolledige informatie vertrouwen. Een vergunning of melding geeft bovendien niet zonder meer antwoord op alle arbeidsrisico’s; de werkgever moet de feitelijke gevolgen voor veilig en gezond werken afzonderlijk beoordelen. Bij wijzigingen in gebruik, activiteit of bouwwerk moet daarom opnieuw worden vastgesteld welk regime geldt en welke gevolgen dit heeft voor de werkomstandigheden. Zonder deze beoordeling kunnen noodzakelijke voorzieningen ontbreken, werkzaamheden onverwacht worden stilgelegd en werknemers worden blootgesteld aan vermijdbare onveilige situaties, gezondheidsklachten of werkdruk door herstelwerk en onzekerheid.
- Verbouw uitgevoerd op basis van vervallen bouwvoorschriften — Bij verbouwing of uitbreiding van een bedrijfspand kan ten onrechte worden uitgegaan van bouwvoorschriften, vergunningvoorwaarden of uitgangspunten die niet meer op de werkzaamheden van toepassing zijn. Na de overgang naar het stelsel van de Omgevingswet moet per bouwwerk, activiteit en besluit worden vastgesteld of eerder recht doorwerkt of dat het nieuwe regime geldt. Een oude vergunning, melding of bouwtekening bewijst niet zonder meer dat alle vroegere eisen bij een nieuwe verbouwing mogen worden aangehouden. Het risico ontstaat vooral wanneer de aard, omvang of het gebruik van het bouwwerk verandert zonder voorafgaande juridische en arbotechnische beoordeling. Ontwerpers en uitvoerende werkgevers kunnen dan werken met onjuiste eisen voor constructies, brandveiligheid, werkplekken of latere onderhoudswerkzaamheden. Werknemers, ingehuurde aannemers, onderhoudsmedewerkers en toekomstige gebruikers kunnen hierdoor worden blootgesteld aan vermijdbare veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Ook kan tijdens de uitvoering blijken dat het ontwerp moet worden aangepast, waardoor improvisatie, tijdsdruk en psychosociale arbeidsbelasting ontstaan. De werkgever moet daarom vóór opdrachtverlening en uitvoering het toepasselijke regime laten vaststellen, de gevolgen voor de RI&E en het ontwerp beoordelen en de uitkomst aantoonbaar verwerken in werkafspraken, het veiligheids- en gezondheidsdossier en de instructies.