Inventarisatie van risicobronnen en gevaarlijke stoffen / energiedragers

## Wat speelt hier Op bijna elke werkplek zijn stoffen en energiedragers aanwezig die bij brand een gevaar vormen: brandbare vloeistoffen zoals oplosmiddelen en reinigingsmiddelen, gassen zoals propaan of acetyleen, verpakte gevaarlijke stoffen in een magazijn, maar ook elektrische installaties, verwarmingssystemen en machines die als ontstekingsbron kunnen optreden. Deze bronnen komen voor bij opslag, transport binnen het pand, verwerking in een proces of gewoon bij dagelijks gebruik, bijvoorbeeld een gasfles bij een laswerkplek of een tank met brandstof op het terrein. Het risico is dat deze bronnen niet compleet en actueel in beeld zijn: een nieuwe stof die is aangeschaft, een tijdelijk geplaatste tank, of een gaslek dat niet als zodanig wordt herkend. Zonder een volledig overzicht van wat er waar aanwezig is, welke hoeveelheden het betreft en welke gevaareigenschappen de stoffen hebben, kan brandbevorderend gedrag ontstaan doordat mensen niet weten met welke risico's zij werken. Ook hulpdiensten hebben bij een incident behoefte aan een betrouwbaar overzicht om snel en veilig te kunnen handelen. Een derde situatie is de opeenstapeling van kleine hoeveelheden: losse spuitbussen, kleine blikjes verf, een paar gasflessen hier en daar. Los lijkt dit onschuldig, maar bij elkaar op één plek vormt dit een aanzienlijke brandlast die vaak niet als zodanig is geïnventariseerd of beoordeeld. ## Wat u moet doen - Inventariseer alle aanwezige gevaarlijke stoffen, brandstoffen, gassen en energiedragers per ruimte en registreer hoeveelheden, opslaglocatie en gevarenklasse. - Beoordeel per bron of vervanging door een minder gevaarlijk alternatief mogelijk is, voordat u overgaat op beheersmaatregelen. - Richt opslag- en werkplekken zodanig in dat bronnen gescheiden en op afstand van ontstekingsbronnen staan, conform de toepasselijke richtlijnen voor de betreffende stofklasse. - Leg vast welke technische voorzieningen aanwezig zijn (ventilatie, lekbakken, brandwerende kasten, aardingsvoorzieningen) en zorg dat deze functioneren. - Stel organisatorische afspraken op over aanvoer, opslaglimieten en verwijdering van gevaarlijke stoffen, en leg dit vast in een procedure. - Instrueer medewerkers en leidinggevenden over herkenning van gevaarlijke stoffen, etikettering en het melden van afwijkingen of nieuwe bronnen. - Verstrek waar nodig persoonlijke beschermingsmiddelen als aanvulling, niet als vervanging van bron- en organisatorische maatregelen. - Controleer periodiek of de inventarisatie nog overeenkomt met de praktijk en actualiseer deze bij wijzigingen. ## Toetsbare aspecten - **Actuele stoffeninventarisatie** — een overzicht van alle aanwezige gevaarlijke stoffen en energiedragers met hoeveelheden en locatie is aanwezig en recent bijgewerkt. Bewijs: stoffenregister of opslaglijst met datum laatste wijziging. Frequentie: bij elke wijziging in het assortiment en minimaal jaarlijks gecontroleerd. - **Veiligheidsinformatiebladen aanwezig** — voor elke gevaarlijke stof is een actueel veiligheidsinformatieblad beschikbaar op de werkplek of digitaal ontsloten. Bewijs: map of digitaal systeem met VIB's, gekoppeld aan de stoffenlijst. Frequentie: gecontroleerd bij elke nieuwe stof en jaarlijks steekproefsgewijs. - **Opslagscheiding zichtbaar** — gevaarlijke stoffen van verschillende klassen staan gescheiden opgeslagen conform de eisen die voor die stofklasse gelden. Bewijs: waarneming ter plaatse, aangevuld met plattegrond van opslagindeling. Frequentie: bij elke opslaginspectie, minimaal halfjaarlijks. - **Etikettering en gevarenaanduiding** — verpakkingen, tanks en leidingen zijn voorzien van de juiste gevarenpictogrammen en identificatie. Bewijs: visuele controle op locatie, vastgelegd in inspectieverslag. Frequentie: bij elke rondgang, minimaal per kwartaal. - **Beheerste hoeveelheden per ruimte** — de aanwezige hoeveelheid gevaarlijke stof per ruimte blijft binnen de vastgestelde grens. Bewijs: registratie van voorraadhoeveelheden afgezet tegen de norm. Frequentie: doorlopend bewaakt, formeel gecontroleerd per kwartaal. - **Werking technische voorzieningen** — ventilatie, lekbakken, brandwerende kasten en aardingsvoorzieningen bij opslag functioneren en zijn recent gecontroleerd. Bewijs: onderhouds- of keuringsrapport van de voorziening. Frequentie: volgens onderhoudsschema, minimaal jaarlijks. - **Instructie medewerkers** — medewerkers die met gevaarlijke stoffen werken, kunnen aangeven welke risico's aan de orde zijn en hoe zij een afwijking melden. Bewijs: instructieverslag of toolboxregistratie met deelnemerslijst. Frequentie: bij indiensttreding en jaarlijks herhaald. - **Vervangingsonderzoek vastgelegd** — voor de meest risicovolle stoffen is beoordeeld of een minder gevaarlijk alternatief beschikbaar is. Bewijs: notitie of afwegingsdocument per stof of stofgroep. Frequentie: bij introductie van een nieuwe stof en periodiek herzien. - **Opvolging van afwijkingen** — geconstateerde tekortkomingen in opslag of registratie zijn met een actiehouder en termijn opgevolgd. Bewijs: actielijst of verbeterregister met status. Frequentie: bij elke inspectie en tussentijds bijgehouden. ## Veelvoorkomende knelpunten - De stoffenlijst bestaat op papier of in een systeem, maar komt niet overeen met wat daadwerkelijk in het magazijn of op de werkplek staat. - Kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen bij losse werkplekken worden niet meegenomen in de inventarisatie, waardoor de totale brandlast onderschat wordt. - Leidinggevenden zijn niet getraind om nieuwe stoffen of gewijzigde hoeveelheden te herkennen en te laten registreren. - Ingehuurd personeel of onderaannemers brengen eigen materialen of stoffen mee die buiten het overzicht van de opdrachtgever blijven. - Geconstateerde afwijkingen uit eerdere controles worden genoteerd maar niet daadwerkelijk opgevolgd of afgesloten. - Veiligheidsinformatiebladen zijn verouderd of ontbreken voor stoffen die al langer in gebruik zijn. ## Hoe u het borgt Wijs een verantwoordelijke aan, bijvoorbeeld de preventiemedewerker of facilitair verantwoordelijke, die de stoffeninventarisatie actueel houdt en periodiek toetst tegen de praktijk op de werkvloer. Neem de controle van opslag, etikettering en hoeveelheden op in een vast inspectieritme, koppel geconstateerde afwijkingen aan een actiehouder met termijn, en bespreek de voortgang in het reguliere veiligheidsoverleg. Neem nieuwe medewerkers standaard mee in de instructie over gevaarlijke stoffen en spreek met ingeleend personeel en onderaannemers vooraf af welke stoffen zij meenemen en hoe die in het overzicht worden opgenomen. Zo blijft de inventarisatie van risicobronnen een levend document dat aansluit op de werkelijke situatie op de werkvloer.

Risico's