Exploitatieverbod

## Wat speelt hier Een exploitatieverbod houdt in dat een installatie, opslagvoorziening, machine of bedrijfsonderdeel niet in bedrijf mag zijn of blijven zolang niet aan de gestelde veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan. Dit thema raakt het hoofdstuk incidenten, ongevallen en meldprocedures direct: na een incident, een bijna-ongeval of een geconstateerde gebrekkige installatie moet de organisatie kunnen bepalen of doorwerken, doorproduceren of herstarten verantwoord is, of dat eerst stilgelegd moet worden totdat oorzaken zijn onderzocht en maatregelen zijn getroffen. Op de werkplek komt dit voor bij opslag van gevaarlijke stoffen, tankinstallaties, procesinstallaties, buisleidingen en andere technische voorzieningen waarbij een storing, lekkage, brand of ander incident aanleiding geeft om de activiteit direct te staken. Ook een installatie die niet (meer) voldoet aan de vereiste keuringen, onderhoudsstatus of veiligheidsvoorzieningen kan aanleiding zijn voor een exploitatiestop, ook zonder dat er al een ongeval heeft plaatsgevonden. Het risico dat beheerst moet worden is dat een organisatie na een incident te snel weer doorstart, zonder dat de oorzaak is weggenomen, met als gevolg herhaling van het incident, escalatie van schade, of letsel bij medewerkers en omstanders. Een ontbrekend of onduidelijk stilleg- en herstartbeleid leidt ertoe dat leidinggevenden op de werkvloer zelf improviseren, met het risico dat onder productiedruk een onveilige situatie toch wordt voortgezet. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke installaties, activiteiten of opslagvoorzieningen bij een incident direct stilgelegd moeten kunnen worden. - Richt technische voorzieningen in waarmee een activiteit fysiek en snel stilgezet kan worden, zoals noodstop, afsluiters of automatische beveiliging. - Leg vast onder welke omstandigheden een exploitatieverbod wordt ingesteld en wie daartoe bevoegd is. - Beschrijf de procedure voor onderzoek naar de oorzaak voordat de activiteit weer wordt vrijgegeven. - Wijs verantwoordelijke functionarissen aan die mogen beslissen over stillegging en herstart. - Instrueer leidinggevenden en operators expliciet over wanneer zij zelfstandig mogen stilleggen en wanneer escalatie nodig is. - Controleer periodiek of de stilleg- en herstartprocedure bekend is en daadwerkelijk wordt toegepast. - Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen alleen als aanvullende maatregel tijdens onderzoek of herstelwerkzaamheden, nooit als vervanging van stillegging. ## Toetsbare aspecten - **Stilleg­criteria** — vastgelegde omstandigheden waarbij een activiteit direct stopgezet moet worden. Bewijs: procedure of instructie met concrete criteria. Frequentie: jaarlijks geactualiseerd. - **Bevoegdheid tot stillegging** — een aangewezen functionaris die mag besluiten tot exploitatieverbod. Bewijs: functieomschrijving of aanwijzingsbesluit. Frequentie: bij wijziging van functie direct bijgewerkt. - **Meldroute bij incident** — een vastgelegd pad waarlangs een incident leidt tot beoordeling van stillegging. Bewijs: meldprocedure of stroomschema. Frequentie: jaarlijks getoetst. - **Registratie van stilleggingen** — een logboek of overzicht van eerdere exploitatieverboden. Bewijs: registratieformulier of digitaal logboek. Frequentie: bijgewerkt bij elk incident. - **Onderzoek naar oorzaak** — aantoonbare analyse van de oorzaak voordat herstart plaatsvindt. Bewijs: onderzoeksrapport of incidentanalyse. Frequentie: per incident. - **Vrijgaveprocedure na herstart** — een vastgelegde controle voordat de activiteit weer wordt hervat. Bewijs: vrijgavedocument met handtekening van verantwoordelijke. Frequentie: per stillegging. - **Instructie aan medewerkers** — kennis bij leidinggevenden en operators over wanneer zij mogen of moeten stilleggen. Bewijs: instructieverslag of toolboxregistratie. Frequentie: jaarlijks herhaald. - **Technische stopvoorzieningen** — aanwezige en functionerende noodstop- of afsluitvoorzieningen op relevante installaties. Bewijs: keuringsrapport of onderhoudslogboek. Frequentie: volgens onderhoudsschema, minimaal jaarlijks gecontroleerd. ## Veelvoorkomende knelpunten - De procedure staat op papier, maar leidinggevenden weten in de praktijk niet wanneer zij daadwerkelijk mogen of moeten stilleggen. - Stilleggingen worden niet geregistreerd, waardoor patronen en herhaling niet zichtbaar worden. - Leidinggevenden zijn niet getraind in het herkennen van situaties die om een exploitatieverbod vragen. - Ingeleend personeel of onderaannemers zijn niet op de hoogte van de stilleg- en meldprocedure van de opdrachtgever. - Na stillegging wordt te snel weer opgestart zonder dat de oorzaak volledig is onderzocht, onder druk van productieplanning. - Er is geen duidelijke vrijgaveprocedure, waardoor onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor het besluit om weer te starten. ## Hoe u het borgt De verantwoordelijkheid voor het bewaken van dit thema ligt bij een vooraf aangewezen functionaris, die na elk incident beoordeelt of stillegging nodig is en wie de vrijgave voor herstart afgeeft. Neem de stilleg- en herstartprocedure jaarlijks door tijdens de evaluatie van de risico-inventarisatie en herhaal de instructie aan leidinggevenden en operators bij elke relevante wijziging in installaties of werkwijzen. Neem nieuwe medewerkers, uitzendkrachten en onderaannemers actief op in de instructie, zodat ook zij weten wanneer een activiteit stilgezet moet worden en bij wie zij dit melden. Door stilleggingen consequent te registreren en te evalueren, blijft zichtbaar of de organisatie leert van eerdere situaties en houdt zij het exploitatieverbod aantoonbaar op orde.

Risico's