In het bedrijf of inrichting werkzame andere werkgevers en zelfstandigen
## Wat speelt hier Op vrijwel elke locatie waar meerdere partijen tegelijk werken, ontstaat een grijs gebied rond het melden van incidenten en ongevallen. Denk aan een onderhoudsmonteur van een extern bedrijf die op het terrein een val maakt, een zzp'er die tijdens een verbouwing een oog verwondt aan rondvliegend materiaal, of een inleenkracht die betrokken raakt bij een bijna-ongeval met een heftruck van de opdrachtgever. In al deze situaties is niet vanzelfsprekend duidelijk wie het incident moet melden, bij wie, en wie de opvolging regelt. Het risico zit vooral in de overgang tussen organisaties: de eigen werknemers weten via instructie en cultuur wat ze moeten doen als er iets misgaat, maar andere werkgevers en zelfstandigen die op de locatie werken vallen vaak buiten de reguliere meldlijnen. Zij werken kort, kennen de interne procedures niet, of gaan ervan uit dat hun eigen werkgever de melding wel regelt. Het gevolg is dat incidenten met derden niet in beeld komen bij de locatiehouder, dat leermomenten verloren gaan en dat bij een ernstig ongeval niet kan worden aangetoond dat de organisatie grip had op wat er op haar terrein gebeurde. Een tweede risico is bestuurlijk: als opdrachtgever of hoofdaannemer blijft de organisatie verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving voor iedereen die op de locatie aanwezig is, ongeacht het dienstverband. Ontbreekt een heldere meldprocedure voor derden, dan kan bij een ernstig voorval niet worden aangetoond dat er passende zorg is besteed aan coördinatie en toezicht. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke andere werkgevers, onderaannemers en zelfstandigen structureel of incidenteel op de locatie werken en welke risico's zij lopen of veroorzaken. - Richt één centraal meldpunt in waar iedereen op de locatie, ongeacht werkgever, een incident of ongeval direct kan melden. - Leg vast dat de meldplicht voor incidenten en ongevallen ook geldt voor derden, en neem dit op in het contract, de werkvergunning of de locatie-instructie voorafgaand aan de werkzaamheden. - Zorg voor duidelijke, zichtbare instructies op de werkplek over hoe en bij wie gemeld wordt, in begrijpelijke taal en zo nodig meertalig. - Instrueer eigen leidinggevenden en toezichthouders hoe zij een melding van een externe partij oppakken, registreren en doorzetten naar de eigen ongevallenregistratie. - Controleer periodiek of derden daadwerkelijk weten waar en hoe zij moeten melden, bijvoorbeeld via een korte toets bij de start van de werkzaamheden of een steekproef tijdens rondgang. - Evalueer na elk incident met een externe partij betrokken of de meldketen goed heeft gewerkt en stel de afspraken zo nodig bij. ## Toetsbare aspecten - **Overzicht aanwezige derden** — een actueel overzicht van andere werkgevers en zelfstandigen die op de locatie werkzaam zijn. Bewijs: inhuurregister, planning of toegangsregistratie. Frequentie: continu bijgewerkt, minimaal maandelijks gecontroleerd. - **Meldprocedure voor derden** — een vastgelegde procedure waarin staat hoe een externe partij een incident of ongeval meldt. Bewijs: procedure- of instructiedocument, beschikbaar op de locatie. Frequentie: jaarlijks getoetst op actualiteit. - **Contractuele afspraken** — opname van de meldplicht in contracten, werkvergunningen of inkoopvoorwaarden met externe partijen. Bewijs: getekende contracten of vergunningen met meldclausule. Frequentie: bij elke nieuwe opdracht of contractverlenging. - **Locatie-instructie bij start werkzaamheden** — bewijs dat elke externe medewerker vóór aanvang is geïnstrueerd over de meldprocedure. Bewijs: ondertekende instructielijst of digitale registratie. Frequentie: bij elke nieuwe werkzaamheid of nieuwe medewerker. - **Zichtbare informatie op de werkplek** — meldpunt en contactgegevens zichtbaar aanwezig op locaties waar derden werken. Bewijs: foto of plattegrond met aangegeven meldpunten. Frequentie: bij elke inspectieronde. - **Registratie van incidenten met derden** — incidenten en ongevallen waarbij externen betrokken zijn, terug te vinden in het ongevallenregister van de organisatie. Bewijs: incidentenregistratie met vermelding van werkgever van betrokkene. Frequentie: doorlopend, per voorval. - **Opvolging en onderzoek** — aantoonbaar dat gemelde incidenten met derden zijn onderzocht en dat maatregelen zijn vastgelegd. Bewijs: onderzoeksrapport of actielijst met afgeronde acties. Frequentie: per incident, met terugkoppeling binnen vaste termijn. - **Instructie eigen leidinggevenden** — bewijs dat leidinggevenden en toezichthouders zijn geïnstrueerd over het oppakken van meldingen van derden. Bewijs: trainingsregistratie of toolboxverslag. Frequentie: jaarlijks of bij wisseling van functie. - **Periodieke evaluatie van de meldketen** — vastgelegde evaluatie of de meldprocedure voor derden in de praktijk werkt. Bewijs: verslag van evaluatie of audit. Frequentie: jaarlijks. ## Veelvoorkomende knelpunten - De meldprocedure staat op papier keurig beschreven, maar externe medewerkers kennen deze niet doordat de instructie bij aanvang wordt overgeslagen. - Incidenten met zzp'ers of onderaannemers worden door hun eigen bedrijf afgehandeld en komen nooit in het overzicht van de locatiehouder terecht. - Leidinggevenden op de vloer zijn niet getraind in het herkennen en doorzetten van meldingen van derden, waardoor voorvallen blijven hangen bij de eerste toezichthouder. - Bij korte klussen of eenmalige opdrachten ontbreekt tijd of aandacht voor instructie, met als gevolg dat juist deze groep buiten beeld blijft. - Na een melding volgt geen zichtbare opvolging, waardoor externe partijen leren dat melden geen zin heeft en het de volgende keer nalaten. - Contracten en inkoopvoorwaarden bevatten geen concrete meldafspraken, waardoor bij een geschil niet kan worden aangetoond wie verantwoordelijk was voor de melding. ## Hoe u het borgt De borging ligt bij de leidinggevende of coördinator die verantwoordelijk is voor de locatie en die bij elke nieuwe opdracht controleert of de meldafspraken zijn vastgelegd en uitgelegd. Neem de meldprocedure structureel op in de inwerkinstructie voor nieuwe medewerkers, in de werkvergunning voor aannemers en in de briefing bij kortdurende inhuur, zodat niemand op de locatie werkt zonder te weten waar hij een incident meldt. Voer minimaal jaarlijks een evaluatie uit van gemelde voorvallen met derden, toets steekproefsgewijs of de instructie in de praktijk aankomt, en stel de procedure bij zodra een incident laat zien dat de meldketen niet werkte. Zo blijft de meldprocedure niet beperkt tot de eigen medewerkers, maar dekt zij iedereen die feitelijk op de locatie aanwezig is.
Risico's
- Eigen verantwoordelijkheden tussen partijen onvoldoende geborgd — Wanneer werknemers van andere werkgevers, onderaannemers, zelfstandigen of zelf meewerkende werkgevers binnen één bedrijf of inrichting werken, behoudt iedere partij haar eigen verantwoordelijkheid. Tegelijk moeten de betrokken partijen gezamenlijk en in overleg uitvoering geven aan de toepasselijke veiligheidsverplichtingen. Als die eigen verantwoordelijkheden niet vooraf zijn toegewezen en aantoonbaar zijn geborgd, ontstaan hiaten bij het melden, onderzoeken en opvolgen van incidenten, ongevallen en bijna-ongevallen. Externe werkenden kennen bijvoorbeeld het interne meldpunt niet, terwijl de locatiebeheerder veronderstelt dat hun eigen werkgever de afhandeling verzorgt. Daardoor kunnen meldingen blijven liggen, noodzakelijke maatregelen uitblijven en vergelijkbare incidenten zich herhalen. Het risico betreft zowel externe werkenden als eigen werknemers die door dezelfde werkzaamheden, arbeidsmiddelen of verkeersbewegingen worden geraakt. Bij kortdurende opdrachten, wisselende ploegen en meerdere contractlagen neemt de kans op onduidelijkheid toe. Iedere partij moet daarom weten welke eigen taken zij houdt, welke onderwerpen gezamenlijk worden uitgevoerd, wie meldingen ontvangt en wie de opvolging bewaakt. De afspraken moeten vóór de werkzaamheden duidelijk zijn en tijdens het werk worden aangepast wanneer partijen, werkzaamheden of risico’s veranderen. Zonder deze borging ontbreekt een sluitende beheersing van voorvallen op de locatie en kan achteraf niet goed worden vastgesteld wie welke actie had moeten nemen.
- Geen gezamenlijke uitvoering van veiligheidsmaatregelen — Wanneer meerdere werkgevers, zelfstandigen en meewerkende werkgevers binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde inrichting werkzaamheden uitvoeren, kunnen veiligheidsmaatregelen tussen de betrokken partijen blijven liggen. Iedere partij kan eigen regels hanteren, terwijl niemand controleert of de maatregelen op elkaar aansluiten en gezamenlijk worden uitgevoerd. Dit is vooral riskant wanneer werkzaamheden elkaar beïnvloeden, installaties of verkeersroutes worden gedeeld, of een incident gevolgen kan hebben voor personen van verschillende organisaties. Externe medewerkers kennen de plaatselijke werkwijze, meldlijn en noodorganisatie mogelijk niet. Tegelijk kan de locatie-exploitant onvoldoende zicht hebben op hun werkzaamheden en de risico’s die zij meebrengen. Daardoor kunnen maatregelen tegenstrijdig, onvolledig of te laat worden toegepast en kunnen incidenten en bijna-ongevallen buiten beeld blijven. Ook kan onduidelijk zijn wie werkzaamheden stillegt, hulp inschakelt, onderzoek uitvoert en verbeteringen bewaakt. Arbobesluit artikel 2.5e verlangt binnen het toepassingsgebied van die bepaling dat de betrokken werkgevers, zelfstandigen en werkgevers die zelf arbeid verrichten, met behoud van hun eigen verantwoordelijkheid gezamenlijk en in overleg uitvoering geven aan de betreffende veiligheids- en gezondheidsbescherming. Zonder aantoonbare gezamenlijke uitvoering neemt de kans toe op letsel, vertraagde hulpverlening, herhaling van incidenten en verlies van belangrijke leerpunten.
- Onduidelijke afstemming bij werkzaamheden van meerdere partijen — Wanneer werknemers van andere werkgevers, onderaannemers en zelfstandigen binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde inrichting werken, kunnen verantwoordelijkheden en meldlijnen onduidelijk zijn. Het Arbobesluit verlangt dat de betrokken partijen, met behoud van hun eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk en in overleg uitvoering geven aan de toepasselijke veiligheidsverplichtingen. Zonder duidelijke afstemming weten externen mogelijk niet waar zij een incident, ongeval of bijna-ongeval moeten melden, terwijl de locatieverantwoordelijke niet tijdig hoort wat er is gebeurd. Dit speelt vooral bij kortdurende opdrachten, wisselende ploegen, verschillende voertalen, werkzaamheden buiten reguliere uren en gelijktijdige activiteiten met onderlinge beïnvloeding. Daardoor kunnen hulpverlening, veiligstelling van de situatie, onderzoek en corrigerende maatregelen te laat of onvolledig plaatsvinden. Ook kunnen dezelfde gevaarlijke omstandigheden blijven bestaan doordat signalen uitsluitend binnen één betrokken organisatie worden behandeld. Getroffen werknemers, zelfstandigen, eigen medewerkers en omstanders kunnen hierdoor letsel of gezondheidsklachten oplopen. De werkgever moet daarom vooraf vastleggen welke partijen aanwezig zijn, welke risico’s zij meebrengen of ondervinden, wie de afstemming leidt en hoe iedereen incidenten direct meldt. De afspraken moeten aansluiten op de werkzaamheden, begrijpelijk zijn voor alle betrokkenen en tijdens de uitvoering aantoonbaar worden gevolgd.
- Onvoldoende overleg tussen werkgevers en zelfstandigen — Wanneer werknemers van andere werkgevers en zelfstandigen in hetzelfde bedrijf of dezelfde inrichting werken, kunnen risico’s tussen organisaties gemakkelijk buiten beeld blijven. Iedere partij heeft een eigen verantwoordelijkheid, maar moet de relevante veiligheids- en gezondheidsverplichtingen ook gezamenlijk en in overleg uitvoeren. Zonder tijdige afstemming is niet duidelijk welke werkzaamheden plaatsvinden, welke gevaren partijen voor elkaar veroorzaken en wie bij afwijkingen, incidenten of ongevallen optreedt. Externe monteurs, onderaannemers, inleenkrachten en zelfstandigen kennen de plaatselijke meldlijnen vaak minder goed, terwijl de locatiehouder niet altijd beschikt over hun actuele werkplanning en risico-informatie. Daardoor kunnen meldingen bij de verkeerde organisatie terechtkomen, te laat worden opgevolgd of geheel ontbreken. Ook kunnen werkzaamheden onbedoeld samenvallen, zodat bijvoorbeeld intern transport en onderhoud elkaar hinderen of beveiligingen zonder medeweten van andere partijen worden gewijzigd. Dit vergroot de kans op letsel, uitval en herhaling van incidenten. Bovendien ontbreken dan betrouwbare gegevens voor onderzoek, corrigerende maatregelen en aantoonbaar toezicht. De werkgever moet daarom vóór de start vaststellen welke partijen aanwezig zijn, welke risico’s zij inbrengen of ondervinden, hoe zij overleggen en via welke gezamenlijke route incidenten en onveilige situaties worden gemeld en opgevolgd.
- Onvoldoende samenwerking bij gezamenlijke veiligheidsverplichtingen — Wanneer meerdere werkgevers en zelfstandigen in hetzelfde bedrijf of dezelfde inrichting werken, kunnen veiligheidsverplichtingen tussen de betrokken partijen versnipperd raken. Iedere partij kan de eigen werknemers of werkzaamheden hebben geregeld, terwijl risico’s op de raakvlakken onvoldoende worden beheerst. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer werkzaamheden elkaar beïnvloeden, partijen verschillende instructies hanteren of niet vaststaat wie na een incident de omgeving veiligstelt, hulp organiseert, onderzoek uitvoert en verbetermaatregelen bewaakt. Werknemers, ingeleende krachten, zelfstandigen en leidinggevenden kunnen daardoor worden blootgesteld aan risico’s die geen van de partijen afzonderlijk volledig overziet. Incidenten en bijna-ongevallen kunnen onvolledig worden gemeld, waardoor gevaarlijke omstandigheden blijven bestaan en dezelfde gebeurtenis zich opnieuw kan voordoen. Ook kan vertraging ontstaan bij de eerste respons en bij het informeren van de verantwoordelijke partijen. Binnen de specifieke werkingssfeer van Arbobesluit artikel 2.5e moeten de exploitant, andere aanwezige werkgevers, zelfstandigen en zelf meewerkende werkgevers, naast hun eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk en in overleg uitvoering geven aan de betreffende veiligheidsverplichtingen. Zonder aantoonbare gezamenlijke uitvoering blijft onduidelijk of maatregelen op elkaar aansluiten en wie toeziet op de naleving. Een centrale werkwijze, duidelijke taakverdeling en periodieke gezamenlijke controle zijn daarom noodzakelijk.