Minder zelfredzame personen (kinderen, ouderen, cliënten/patiënten, personen met beperkingen)

## Wat speelt hier Op locaties waar kinderen, ouderen, cliënten of patiënten en mensen met een beperking aanwezig zijn, is de bedrijfshulpverlening en de ruimere noodorganisatie een ander verhaal dan bij een reguliere kantoor- of productieomgeving. Denk aan een kinderdagverblijf, een school, een verpleeghuis, een woonvorm voor mensen met een verstandelijke beperking of een polikliniek. Deze mensen kunnen zich bij brand, ontruiming of een ander incident niet zelfstandig, niet snel genoeg of niet zonder hulp in veiligheid brengen. Sommigen begrijpen een alarmsignaal niet, anderen zijn bedlegerig, rolstoelgebonden, dementerend of angstig en verward tijdens een crisis. Het risico zit in de mismatch tussen een standaard BHV-opzet en de werkelijke zelfredzaamheid van de aanwezigen. Een ontruimingsplan dat uitgaat van lopende, horende en zelfstandig handelende personen werkt niet als de helft van de aanwezigen begeleiding nodig heeft om een trap af te komen of een deur te vinden. Ook het aantal BHV'ers en hun taakverdeling moet aansluiten op de praktijk: één BHV'er kan onmogelijk tien bedlegerige cliënten tegelijk evacueren. Daarnaast speelt de fysieke inrichting mee, zoals brede vluchtroutes, opvangruimtes en hulpmiddelen voor horizontale of verticale evacuatie. Een derde aandachtspunt is de wisselende bezetting: 's nachts, in het weekend of tijdens vakantieperiodes is er vaak minder personeel aanwezig terwijl de doelgroep dezelfde blijft. De noodorganisatie moet dus ook onder minimale bezetting overeind blijven. ## Wat u moet doen - Inventariseer per ruimte en dagdeel hoeveel minder zelfredzame personen aanwezig zijn en wat hun beperking betekent voor vluchten of evacueren. - Richt de fysieke omgeving zo in dat evacuatie zonder grote inspanning kan: obstakelvrije vluchtroutes, voldoende brede doorgangen, evacuatiehulpmiddelen zoals sleeën of evacuatiestoelen waar nodig. - Stel een ontruimingsplan op dat is afgestemd op de aanwezige doelgroep, inclusief horizontale ontruiming, opvangruimtes en een realistische tijdlijn. - Bepaal de BHV-bezetting op basis van de daadwerkelijke hulpbehoefte, niet op een standaard kental, en borg dit ook voor avond-, nacht- en weekenddiensten. - Leg vast wie welke taak heeft bij een incident, inclusief inzet van niet-BHV-personeel dat structureel meehelpt bij evacuatie van cliënten. - Instrueer en oefen periodiek met alle betrokken medewerkers, inclusief realistische ontruimingsoefeningen met de doelgroep of een representatieve simulatie. - Zorg voor persoonlijke evacuatiehulpmiddelen of -voorzieningen per cliënt waar dat nodig is, als sluitstuk op de organisatorische maatregelen. - Evalueer na elke oefening of incident en stel het plan en de bezetting bij op basis van de bevindingen. ## Toetsbare aspecten - **Actueel ontruimingsplan doelgroep** — het plan beschrijft expliciet de aanwezige minder zelfredzame groepen en de aanpak per categorie. Bewijs: het ontruimingsplan zelf, met dagtekening en versiebeheer. Frequentie: jaarlijks herzien en bij wijziging van de doelgroep. - **BHV-bezetting afgestemd op zorgzwaarte** — het aantal BHV'ers per dienst is onderbouwd met de hulpbehoefte van de aanwezigen, niet alleen met vierkante meters of personeelsaantal. Bewijs: bezettingsoverzicht of dienstrooster gekoppeld aan BHV-inzet. Frequentie: bij elke roosterwijziging en minimaal jaarlijks gecontroleerd. - **Dekking buiten kantooruren** — 's avonds, 's nachts en in het weekend is er aantoonbaar voldoende BHV-capaciteit voor de aanwezige doelgroep. Bewijs: nacht- en weekendrooster met BHV-aanduiding. Frequentie: steekproefsgewijs per kwartaal. - **Evacuatiehulpmiddelen aanwezig en werkend** — hulpmiddelen zoals evacuatiestoelen of -sleeën zijn aanwezig op de juiste plek en functioneren. Bewijs: locatiecheck en onderhoudsregistratie. Frequentie: halfjaarlijkse controle. - **Ontruimingsoefening met realistische scenario's** — er is geoefend met een scenario dat aansluit bij de aanwezige doelgroep, inclusief tijdsduur en knelpunten. Bewijs: oefenverslag met datum, deelnemers en evaluatie. Frequentie: minimaal jaarlijks. - **Individuele ontruimingsaanpak per cliënt** — voor bewoners of patiënten met een specifieke beperking is vastgelegd hoe zij geholpen worden bij ontruiming. Bewijs: zorgdossier of cliëntkaart met evacuatie-instructie. Frequentie: bij opname of intake en bij wijziging van de zorgvraag. - **Instructie van niet-BHV-personeel** — medewerkers zonder BHV-certificaat die wel een rol hebben bij evacuatie zijn hierop geïnstrueerd. Bewijs: instructieregistratie of presentielijst. Frequentie: bij indiensttreding en jaarlijks herhaald. - **Vluchtroutes en opvangruimtes vrij en geschikt** — vluchtroutes zijn obstakelvrij en breed genoeg, opvangruimtes zijn geschikt voor de doelgroep. Bewijs: rondgang met checklist of inspectieformulier. Frequentie: maandelijkse visuele controle. - **Evaluatie en bijstelling na oefening of incident** — bevindingen uit oefeningen of echte incidenten leiden aantoonbaar tot aanpassing van plan of bezetting. Bewijs: evaluatieverslag met opvolgacties en afgeronde acties. Frequentie: direct na elke oefening of incident. ## Veelvoorkomende knelpunten - Het ontruimingsplan is geschreven voor een gemiddelde populatie en houdt geen rekening met de daadwerkelijke, vaak wisselende, zorgzwaarte op de locatie. - Oefeningen vinden op papier plaats of worden aangekondigd, waardoor de werkelijke tijd en inspanning voor evacuatie van minder zelfredzame personen nooit wordt getest. - BHV-bezetting is berekend op basis van vierkante meters of personeelsaantal, niet op de hulpbehoefte van de aanwezigen, waardoor het tekortschiet in de nachtdienst. - Leidinggevenden en teamleiders zijn niet getraind in hun rol tijdens een ontruiming en weten niet wie welke cliënt begeleidt. - Uitzendkrachten, stagiaires en invalkrachten worden niet standaard geïnstrueerd over hun rol bij een incident, terwijl zij regelmatig alleen op een groep staan. - Evaluaties na een oefening leiden zelden tot een concrete bijstelling van het plan of de bezetting; de bevindingen blijven liggen. ## Hoe u het borgt De leidinggevende van de locatie of afdeling is verantwoordelijk voor de dagelijkse borging, terwijl de BHV-coördinator of preventiemedewerker toezicht houdt op de kwaliteit van oefeningen, hulpmiddelen en registraties. Plan de controle van vluchtroutes en hulpmiddelen maandelijks in, de bezettingstoets per kwartaal en de grote ontruimingsoefening minimaal jaarlijks, met daaraan gekoppeld een vast evaluatiemoment waarin knelpunten direct tot actie leiden. Nieuwe medewerkers, uitzendkrachten en stagiaires krijgen bij aanvang een instructie over hun rol bij een incident, en dit wordt net als bij vast personeel periodiek herhaald en vastgelegd. Door deze cyclus van inventariseren, oefenen, evalueren en bijstellen structureel te herhalen, blijft de noodorganisatie aantoonbaar aangesloten op de werkelijke zelfredzaamheid van de aanwezigen.

Risico's