Samenloop met andere interne functies

## Wat speelt hier In veel organisaties wordt bedrijfshulpverlening ingevuld door medewerkers die ook een andere kritieke rol hebben: de receptioniste die bezoekers ontvangt én als BHV'er moet optreden, de facilitair medewerker die tevens ontruimingscoördinator is, de leidinggevende die als BHV'er en als operationeel aanspreekpunt tegelijk wordt opgeroepen. Bij een calamiteit ontstaat dan een taakconflict: dezelfde persoon moet op hetzelfde moment twee dingen doen die allebei aandacht vragen. Dat risico wordt vaak pas zichtbaar tijdens een echte ontruiming of oefening, wanneer blijkt dat niemand de receptie bemant terwijl de brandweer juist daar moet aankomen, of dat de preventiemedewerker die ook BHV-coördinator is niet bereikbaar is omdat hij zelf slachtoffer is. Samenloop speelt ook tussen BHV en andere bedrijfsprocessen: ploegendiensten waarbij de BHV-bezetting per dienst wisselt, flexwerkers en ingeleend personeel die niet in het BHV-rooster zitten maar wel op de werkplek aanwezig zijn, en afdelingen die op afroep beschikbaar moeten zijn maar structureel onderbezet raken doordat BHV'ers verlof hebben of ziek zijn. Ook de combinatie van BHV met beveiligingstaken, sleutelbeheer of het bedienen van installaties (liften, noodstroom, ventilatie) leidt tot situaties waarin één persoon bij een incident niet overal tegelijk kan zijn. Het te beheersen risico is dat de hulpverlening bij brand, ongeval of ontruiming vertraagd of onvolledig verloopt doordat de persoon die moet optreden elders wordt vastgehouden door zijn reguliere functie. Dit raakt direct de veiligheid van alle aanwezigen, inclusief bezoekers en derden die de vluchtwegen en verzamelplaats niet kennen. ## Wat u moet doen - Breng in kaart welke functies binnen de organisatie samenvallen met een BHV- of noodorganisatietaak, en waar dat tot een taakconflict kan leiden. - Herverdeel taken zodat kritieke reguliere functies (zoals receptie of centrale meldkamer) niet afhankelijk zijn van één persoon die ook moet uitrukken. - Richt de BHV-organisatie zo in dat er altijd voldoende BHV'ers aanwezig zijn die geen onvervangbare andere taak hebben op het moment van een incident. - Leg vast wie bij afwezigheid van een BHV'er de vervanging overneemt, ook tijdens ploegendiensten, pauzes en piekmomenten. - Neem flexwerkers, ingeleend personeel en derden expliciet op in het ontruimingsplan en de instructie, ook als zij zelf geen BHV-taak hebben. - Instrueer leidinggevenden en BHV'ers over de volgorde van prioriteiten wanneer taken samenvallen, en oefen dit scenario mee in de jaarlijkse ontruimingsoefening. - Controleer na iedere oefening of de samenloop daadwerkelijk knelde en stel de taakverdeling of bezetting bij waar nodig. ## Toetsbare aspecten - **Overzicht functies met samenloop** — een actueel overzicht van functies die BHV-taken combineren met andere kritieke taken. Bewijs: functieoverzicht of BHV-organogram met aantekening van dubbelfuncties. Frequentie: jaarlijks geactualiseerd en bij organisatiewijziging. - **BHV-bezetting per dienst of locatie** — aantoonbaar voldoende BHV'ers aanwezig per dienst, verdieping of gebouwdeel, rekening houdend met verlof en ziekte. Bewijs: bezettingsrooster of presentieoverzicht gekoppeld aan BHV-certificaten. Frequentie: continu bijgehouden, steekproefsgewijs gecontroleerd per kwartaal. - **Vervangingsregeling bij afwezigheid** — vastgelegde en bekende vervanging wanneer een BHV'er met dubbelfunctie niet beschikbaar is. Bewijs: schriftelijke vervangingsregeling of instructie in het BHV-plan. Frequentie: jaarlijks getoetst en na iedere personeelswisseling bijgewerkt. - **Instructie taakconflict** — BHV'ers en leidinggevenden kunnen aangeven wat voorrang krijgt bij samenloop van taken tijdens een incident. Bewijs: instructiemateriaal, verslag van toolboxmeeting of trainingsaantekening. Frequentie: jaarlijks herhaald. - **Positie receptie en meldpunt bij calamiteit** — vastgelegd wie de rol van meldpunt of aanspreekpunt voor hulpdiensten overneemt als de vaste bezetting zelf moet handelen. Bewijs: ontruimingsplan met beschrijving van deze functie en de vervanging ervan. Frequentie: bij elke evaluatie van het ontruimingsplan. - **Betrokkenheid ingeleend personeel en derden** — flexwerkers en ingeleende krachten zijn aantoonbaar geïnstrueerd over vluchtwegen, verzamelplaats en het feit dat zij geen BHV-taak hebben. Bewijs: instructieformulier bij intake of inwerkprogramma. Frequentie: bij iedere nieuwe inzet. - **Evaluatie van ontruimingsoefeningen op samenloop** — oefenverslagen bevatten een expliciete beoordeling van momenten waarop taakconflicten optraden. Bewijs: evaluatieformulier of oefenrapport met verbeterpunten. Frequentie: na elke oefening, minimaal jaarlijks. - **Opvolging van geconstateerde knelpunten** — verbeteracties uit evaluaties zijn aantoonbaar doorgevoerd in rooster, taakverdeling of instructie. Bewijs: actielijst met status en afhandeldatum. Frequentie: bij eerstvolgende evaluatiemoment gecontroleerd. ## Veelvoorkomende knelpunten - Het BHV-plan beschrijft de organisatie op papier, maar in de praktijk wordt de dubbelfunctie van een medewerker nooit daadwerkelijk getoetst tijdens een oefening. - Er is geen registratie van wie op welk moment de vervangende taak overneemt, waardoor bij een echte calamiteit onduidelijkheid ontstaat. - Leidinggevenden zijn niet getraind in het herkennen en oplossen van taakconflicten tussen BHV en reguliere functie. - Ingeleend personeel en uitzendkrachten worden niet meegenomen in de instructie en blijven bij een ontruiming letterlijk buiten beeld. - Na een oefening worden knelpunten wel gesignaleerd maar niet structureel opgevolgd, waardoor hetzelfde probleem jaar na jaar terugkomt. - Bij organisatiewijzigingen of nieuwe functies wordt vergeten te controleren of daarmee nieuwe samenloop ontstaat. ## Hoe u het borgt De BHV-coördinator of preventiemedewerker bewaakt de samenloop tussen functies structureel, bij voorkeur gekoppeld aan de jaarlijkse evaluatie van het ontruimingsplan en de BHV-organisatie. Leidinggevenden signaleren wijzigingen in taken of bezetting direct, zodat de bezettingsplanning en vervangingsregeling actueel blijven. Nieuwe medewerkers, flexwerkers en ingeleend personeel worden bij aanvang standaard geïnstrueerd over hun rol tijdens een calamiteit, ook als zij geen BHV-taak hebben. Bijsturing vindt plaats op basis van de evaluaties van oefeningen en incidenten, met een vaste actielijst die wordt afgevinkt voordat de volgende oefening plaatsvindt. Zo blijft de samenloop tussen BHV en andere interne functies een terugkerend aandachtspunt in plaats van een eenmalige constatering.

Risico's