Inventarisatie en keuze van PBM

## Wat speelt hier Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn nodig zodra risico's op de werkplek niet volledig met bronmaatregelen of collectieve voorzieningen zijn weg te nemen. Dat speelt bijvoorbeeld bij werken met chemische stoffen, lasrook, stof, geluid boven de grenswaarde, scherpe of vallende voorwerpen, gladde of natte vloeren, en bij werkzaamheden op hoogte. Ook bij tijdelijk werk zoals reiniging, onderhoud, magazijnwerk of buitendienst komen situaties voor waarin de aard van het werk per moment kan verschillen, waardoor niet één vast PBM-pakket volstaat. Het risico ontstaat wanneer PBM worden verstrekt zonder dat is vastgesteld welk gevaar precies wordt afgedekt, of wanneer het verkeerde type, de verkeerde beschermingsklasse of een verkeerde maat wordt gebruikt. Denk aan handschoenen die niet bestand zijn tegen het gebruikte oplosmiddel, gehoorbescherming met te lage demping voor het geluidsniveau, of een stofmasker dat niet aansluit op de gezichtsvorm van de drager. Een PBM die niet is afgestemd op de werkelijke blootstelling geeft schijnzekerheid: de medewerker denkt beschermd te zijn, terwijl dat niet zo is. De organisatie moet daarom beheersen dat voor elke functie en elke taak met restrisico is vastgesteld welk beschermingsmiddel nodig is, op basis van een concrete risico-inschatting en niet op basis van gewoonte of wat er toevallig in het magazijn ligt. Dit geldt evengoed voor bezoekers, uitzendkrachten en onderaannemers die dezelfde werkplek betreden. ## Wat u moet doen - Onderzoek eerst of het risico aan de bron kan worden weggenomen of verminderd, bijvoorbeeld door een ander product, proces of werkmethode. - Bepaal welke collectieve maatregelen mogelijk zijn, zoals afzuiging, afscherming, geluidsdemping of een andere routing van personen en verkeer. - Stel pas daarna, per taak en per risico, vast welke PBM nodig zijn en leg dit vast in een overzicht per functie of werkplek. - Kies PBM op basis van de juiste beschermingsklasse, pasvorm en gebruiksduur, en betrek medewerkers bij de keuze en het passen. - Leg vast wie verantwoordelijk is voor aanschaf, uitgifte, vervanging en onderhoud van de middelen. - Instrueer medewerkers over correct gebruik, opslag, reiniging en de grenzen van de bescherming, en herhaal dit bij wijzigingen. - Controleer periodiek of de juiste PBM daadwerkelijk aanwezig, compleet en in goede staat zijn en of ze worden gedragen. - Stel een procedure in voor vervanging bij slijtage, beschadiging of verlopen houdbaarheid. ## Toetsbare aspecten - **Risico-inventarisatie per taak** — voor elke taak met restrisico is vastgelegd welk gevaar aanwezig is en welke PBM daarbij hoort. Bewijs: PBM-overzicht of matrix gekoppeld aan de RI&E. Frequentie: bij wijziging van taken, jaarlijks controleren. - **Onderbouwde keuze van het middel** — de gekozen PBM is aantoonbaar geschikt voor het specifieke gevaar (stof, chemicaliën, geluid, mechanisch). Bewijs: productinformatie of certificaat gekoppeld aan het risico. Frequentie: bij aanschaf en bij wijziging van stoffen of proces. - **Beschikbaarheid op de werkplek** — de voorgeschreven PBM zijn daadwerkelijk aanwezig op de plek waar ze nodig zijn. Bewijs: visuele controle tijdens werkplekinspectie. Frequentie: minimaal ieder kwartaal. - **Instructie en voorlichting** — medewerkers hebben instructie gehad over gebruik, beperkingen en onderhoud van hun PBM. Bewijs: instructieformulier of trainingsregistratie met datum en handtekening. Frequentie: bij indiensttreding en bij wijziging van middel of risico. - **Naleving van draagplicht** — PBM worden daadwerkelijk gedragen op locaties waar dit verplicht is. Bewijs: waarneming tijdens werkplekbezoek of interne audit. Frequentie: doorlopend, vastgelegd bij elke controle. - **Onderhoud en vervanging** — beschadigde, versleten of verlopen PBM worden herkend en vervangen. Bewijs: vervangingslogboek of periodieke keuringsregistratie. Frequentie: volgens fabrieksvoorschrift, minimaal jaarlijks gecontroleerd. - **Passende maatvoering** — PBM sluiten aan bij de fysieke kenmerken van de individuele drager, inclusief afwijkende maten. Bewijs: pasrapportage of registratie van uitgereikte maten per medewerker. Frequentie: bij uitgifte en bij personeelswisseling. - **Betrokkenheid van derden en ingeleend personeel** — uitzendkrachten, onderaannemers en bezoekers krijgen dezelfde PBM-eisen en instructie als eigen personeel. Bewijs: instroomformulier of inleenovereenkomst met PBM-paragraaf. Frequentie: bij elke nieuwe inzet. ## Veelvoorkomende knelpunten - Het PBM-overzicht bestaat op papier, maar op de werkvloer wordt een ander of ouder middel gebruikt. - Uitgifte wordt niet geregistreerd, waardoor niet is te achterhalen wie welk middel wanneer heeft ontvangen. - Leidinggevenden zijn onvoldoende getraind om af te dwingen dat PBM daadwerkelijk worden gedragen. - Ingeleend personeel en onderaannemers vallen buiten het reguliere PBM-beheer en krijgen geen of afwijkende instructie. - Vervangingsmomenten worden gemist doordat er geen vaste controlefrequentie is afgesproken. - Signalen over slecht passende of onprettige PBM leiden niet tot herbeoordeling van de keuze. ## Hoe u het borgt Wijs een verantwoordelijke aan, bijvoorbeeld een leidinggevende of preventiemedewerker, die periodiek controleert of PBM aanwezig zijn, worden gedragen en in goede staat verkeren, en die knelpunten meldt aan de directie. Neem PBM-instructie standaard op in de introductie van nieuwe medewerkers en in de afspraken met uitzendbureaus en onderaannemers, en herhaal de instructie bij wijziging van werkmethode of stof. Bouw een vaste controlecyclus in, koppel bevindingen terug in het werkoverleg en stel het PBM-overzicht bij zodra taken, materialen of risico's veranderen, zodat de bescherming blijvend aansluit op de praktijk.

Risico's