Di-isocyanaten (Purschuim - kitten en lijmen)
## Wat speelt hier Di-isocyanaten zitten in veel purschuimen, PU-kitten en PU-lijmen die op bouwplaatsen, in installatiebedrijven, in de meubel- en isolatiebranche en bij onderhoudswerk worden gebruikt. Denk aan het afdichten van kozijnen, het opspuiten van isolatieschuim, het lijmen van sandwichpanelen of het verlijmen van kunststof en rubber onderdelen. Zodra deze producten worden verwerkt, verhit, gespoten of geschuurd, kunnen dampen en fijne nevel vrijkomen die de luchtwegen en de huid bereiken. Het gezondheidsrisico is vooral sensibilisatie: herhaalde of eenmalige stevige blootstelling kan leiden tot beroepsastma, chronische luchtwegklachten of huidallergieën die niet meer overgaan, ook niet na het stoppen met het werk. Daarnaast kunnen di-isocyanaten irritatie van ogen, neus en keel geven bij kortdurende blootstelling. Het risico is groter bij spuitwerk in kleine ruimten, bij onvoldoende ventilatie, bij werk boven hoofdhoogte en bij het werken zonder de juiste beschermingsmiddelen. Ook uitharding door verwarming (bijvoorbeeld bij reparatie of verwijdering van verharde schuim- of kitresten) kan blootstelling geven die vaak wordt onderschat. Een derde situatie die vaak over het hoofd wordt gezien: het werken met kleine hoeveelheden kit of lijm in een besloten ruimte, zoals een technische schacht, kruipruimte of ketelhuis, waar de concentratie snel oploopt zonder dat dit visueel opvalt. Ook opslag en transport van kokers en bussen, en het reinigen van spuitapparatuur, zijn momenten waarop blootstelling kan optreden. ## Wat u moet doen - Onderzoek of vervanging door een product zonder of met minder di-isocyanaten mogelijk is voor de betreffende toepassing. - Beperk de hoeveelheid werk met deze stoffen tot wat nodig is, bijvoorbeeld door voorgesneden of voorgevormde onderdelen te gebruiken in plaats van verspuiten op locatie. - Richt de werkplek zo in dat er voldoende ventilatie is, bij voorkeur mechanische afzuiging bij spuitwerk en in besloten ruimten. - Stel een werkinstructie op voor het verwerken van purschuim, kit en lijm met di-isocyanaten, inclusief maximale blootstellingsduur en verplichte pauzes bij spuitwerk. - Instrueer en train medewerkers over de gezondheidsrisico's, herkenning van klachten en het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, en herhaal dit periodiek. - Verstrek en controleer het gebruik van geschikte adembescherming, handschoenen en oogbescherming, afgestemd op de toepassing en blootstellingsduur. - Controleer periodiek of de maatregelen op de werkplek daadwerkelijk worden toegepast en leg afwijkingen en opvolging vast. ## Toetsbare aspecten - **Vervangingsonderzoek** — is onderzocht of een minder gevaarlijk alternatief mogelijk is voor de toepassing. Bewijs: notitie of afweging in de RI&E of het stoffenbeleid. Frequentie: bij aanschaf van nieuwe producten en bij herziening van de RI&E. - **Actuele veiligheidsinformatiebladen** — zijn de veiligheidsinformatiebladen van de gebruikte producten met di-isocyanaten aanwezig en actueel. Bewijs: digitaal of fysiek register van veiligheidsinformatiebladen. Frequentie: jaarlijks en bij elke nieuwe leverancier of productwijziging. - **Blootstellingsbeoordeling** — is vastgelegd welke werkzaamheden blootstelling kunnen geven en hoe hoog het risico wordt ingeschat. Bewijs: risicobeoordeling gevaarlijke stoffen, opgenomen in of als bijlage bij de RI&E. Frequentie: bij wijziging van werkzaamheden en minimaal jaarlijks. - **Ventilatievoorziening** — is op de werkplek voldoende ventilatie of afzuiging aanwezig bij het verwerken van purschuim, kit of lijm. Bewijs: waarneming op de werkplek, onderhoudslogboek van afzuiginstallatie. Frequentie: bij elke inspectieronde en bij oplevering van nieuwe werkplekken. - **Werkinstructie beschikbaar** — is er een schriftelijke werkinstructie voor het veilig werken met di-isocyanaathoudende producten. Bewijs: instructiekaart op de werkplek of in het bedrijfshandboek. Frequentie: actueel houden bij elke productwijziging. - **Training en instructie medewerkers** — hebben medewerkers die met deze producten werken een instructie of training over de gezondheidsrisico's gehad. Bewijs: trainingsregistratie of instructieformulier met handtekening. Frequentie: bij indiensttreding en periodieke herhaling. - **Persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig en gebruikt** — zijn geschikte adembescherming, handschoenen en oogbescherming beschikbaar en worden deze daadwerkelijk gedragen. Bewijs: uitgiftelijst PBM en waarneming op de werkplek. Frequentie: bij elke controleronde. - **Onderhoud en keuring adembescherming** — worden filters en maskers tijdig vervangen en periodiek gecontroleerd op functioneren. Bewijs: onderhoudsregistratie of vervangingsschema. Frequentie: volgens fabrieksvoorschrift, minimaal jaarlijks gecontroleerd. - **Opslag en etikettering** — worden kokers, bussen en verpakkingen met di-isocyanaten correct opgeslagen en geëtiketteerd. Bewijs: waarneming opslaglocatie en etiketten. Frequentie: bij elke inspectieronde. - **Gezondheidsmonitoring** — wordt bijgehouden of medewerkers klachten melden die kunnen wijzen op sensibilisatie, en wordt hierop actie ondernomen. Bewijs: ziekteverzuimregistratie of meldingen bij de preventiemedewerker. Frequentie: doorlopend, geëvalueerd bij periodiek overleg. ## Veelvoorkomende knelpunten - De werkinstructie ligt op papier vast, maar op de werkplek wordt in de praktijk zonder afzuiging of maskers gewerkt. - Veiligheidsinformatiebladen zijn verzameld bij aanschaf, maar niet vervangen na een productwijziging van de leverancier. - Leidinggevenden op de werkvloer hebben zelf geen training gehad en kunnen daardoor de risico's niet herkennen of medewerkers niet goed instrueren. - Ingehuurde onderaannemers of zzp'ers werken met eigen materiaal zonder dat de opdrachtgever weet of zij dezelfde beschermingsmaatregelen toepassen. - Klachten over ademhalingsproblemen of huidirritatie worden niet gemeld of niet gekoppeld aan het werken met purschuim of kit, waardoor sensibilisatie te laat wordt herkend. - Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn wel uitgegeven, maar filters worden niet op tijd vervangen omdat er geen vervangingsschema wordt bijgehouden. ## Hoe u het borgt De preventiemedewerker of leidinggevende bewaakt maandelijks of de werkinstructies worden gevolgd en of ventilatie en persoonlijke beschermingsmiddelen op de werkplek daadwerkelijk aanwezig en in gebruik zijn. Bij afwijkingen wordt direct bijgestuurd via een korte terugkoppeling aan de betrokken medewerker en wordt de oorzaak vastgelegd, zodat herhaling wordt voorkomen. Nieuwe medewerkers krijgen de instructie en training vóór aanvang van het werk met di-isocyanaathoudende producten, en voor ingeleend personeel en onderaannemers wordt vooraf vastgelegd welke beschermingsmaatregelen zij zelf toepassen en of dit aansluit bij het eigen beleid. Eén keer per jaar wordt het geheel geëvalueerd binnen de RI&E, inclusief de vraag of vervanging door een minder risicovol product inmiddels mogelijk is. Zo blijft dit thema niet beperkt tot een document, maar wordt het zichtbaar op de werkplek en aantoonbaar bij iedere controle.
Risico's
- Beleid voor veilig werken met di-isocyanaten ontbreekt — Wanneer een werkgever geen samenhangend beleid voor di-isocyanaten heeft, worden purschuimen, PU-kitten en PU-lijmen gemakkelijk ingekocht en gebruikt zonder vaste afweging van vervanging, blootstelling en beheersmaatregelen. Dit raakt werknemers in onder meer bouw, installatie, isolatie, meubelproductie en onderhoud, maar ook schoonmakers, magazijnmedewerkers en anderen die in de omgeving van het werk aanwezig zijn. Blootstelling kan ontstaan bij spuiten, aanbrengen, verwarmen, schuren, verwijderen, morsen, opslag en het reinigen van apparatuur. Kleine hoeveelheden kunnen eveneens relevant zijn, vooral in kruipruimten, schachten, ketelhuizen en andere slecht geventileerde ruimten. Zonder beleid is vaak niet duidelijk wie producten beoordeelt, welke toepassingen zijn toegestaan, wanneer vervanging verplicht wordt onderzocht en hoe de arbeidshygiënische strategie wordt toegepast. Ook kunnen etikettering, grenswaarden, ventilatie, instructies, toezicht en controle van maatregelen tussen projecten of afdelingen verschillen. Daardoor blijven medewerkers mogelijk blootgesteld aan dampen, nevel of huidcontact. Di-isocyanaten kunnen ogen, neus, keel en huid irriteren en kunnen sensibilisatie veroorzaken. Een gesensibiliseerde werknemer kan blijvende luchtwegklachten, beroepsastma of huidallergie ontwikkelen en daarna al op een geringe blootstelling reageren. De werkgever moet daarom een aantoonbare beleids- en beheercyclus inrichten die aansluit op de RI&E en het plan van aanpak.
- Blootstelling aan di-isocyanaten is onvoldoende geïnventariseerd — De werkgever heeft onvoldoende vastgesteld bij welke werkzaamheden en in welke mate werknemers aan di-isocyanaten kunnen worden blootgesteld. Dit kan voorkomen bij het aanbrengen van purschuim, PU-kit en PU-lijm, maar ook bij spuiten, verwarmen, schuren, verwijderen van resten, reinigen van apparatuur en omgaan met lekkende verpakkingen. Zonder taakgerichte beoordeling blijven blootstelling via inademing en huidcontact, piekblootstellingen en indirect blootgestelde werknemers buiten beeld. Vooral werkzaamheden in kruipruimten, schachten, ketelhuizen en andere kleine of slecht geventileerde ruimten vragen aandacht. Ook bovenhands werken, vernevelen en verwarmen kunnen de blootstelling vergroten. De inventarisatie moet per product en taak de gevaarlijke bestanddelen, hoeveelheid, gebruikswijze, blootstellingsroute, frequentie, duur, betrokken werknemers en bestaande beheersmaatregelen beschrijven. Waar nodig moet de werkgever met een geschikte beoordelings- of meetmethode bepalen of de blootstelling voldoende wordt beheerst en aan de toepasselijke grenswaarde voldoet. Een onvolledige beoordeling kan ertoe leiden dat bronmaatregelen, ventilatie en werkafspraken niet passend worden gekozen. Werknemers kunnen daardoor irritatie, luchtwegklachten, beroepsastma of huidallergie ontwikkelen. Sensibilisatie kan blijvende gevolgen hebben en maakt verdere blootstelling, ook bij geringe concentraties, problematisch.
- Di-isocyanaatvrije of minder schadelijke producten worden niet gekozen — De werkgever moet bij werkzaamheden met purschuim, PU-kitten en PU-lijmen eerst onderzoeken of een di-isocyanaatvrij of aantoonbaar minder schadelijk product technisch geschikt is. Wanneer deze afweging ontbreekt, blijven werknemers onnodig blootgesteld aan stoffen die via inademing en huidcontact gezondheidsschade kunnen veroorzaken. Dit speelt onder meer bij het afdichten van kozijnen, het aanbrengen van isolatieschuim en het verlijmen van panelen, kunststof of rubber. Vooral verspuiten, verwarmen, bewerken of verwijderen van materiaal kan damp, nevel of stof verspreiden. Ook kleine hoeveelheden kunnen relevant zijn wanneer in een schacht, kruipruimte, ketelhuis of andere slecht geventileerde ruimte wordt gewerkt. Blootstelling kan leiden tot sensibilisatie, waardoor beroepsastma, blijvende luchtwegklachten of huidallergie ontstaan. Daarnaast kunnen ogen, neus, keel en huid geïrriteerd raken. Werknemers die boven het hoofd werken, spuitwerk uitvoeren, apparatuur reinigen of uitgeharde resten bewerken, kunnen extra worden blootgesteld. Zonder een vastgelegde productvergelijking kunnen prijs, gewoonte of beschikbaarheid ten onrechte zwaarder wegen dan gezondheid. De werkgever moet daarom per toepassing de noodzakelijke technische eigenschappen bepalen, geschikte alternatieven beproeven en de keuze en resterende blootstelling in de RI&E onderbouwen.
- Klachten door di-isocyanaten worden niet bewaakt en opgevolgd — Werknemers die purschuim, PU-kitten of PU-lijmen verwerken, kunnen di-isocyanaten inademen of via de huid opnemen. Klachten zoals piepen, benauwdheid, hoesten, huiduitslag of irritatie van ogen, neus en keel kunnen tijdens het werk ontstaan, maar ook pas later duidelijk worden. Als de werkgever signalen niet actief laat melden, registreren en beoordelen, blijven vroege aanwijzingen voor schadelijke blootstelling onopgemerkt. Werknemers kunnen dan doorwerken terwijl de klachten toenemen of sensibilisatie ontstaat. Na sensibilisatie kan een zeer geringe nieuwe blootstelling al klachten oproepen en kunnen beroepsastma, blijvende luchtwegklachten of huidallergie ontstaan. Het risico geldt ook voor collega's die in dezelfde ruimte werken of verontreinigde apparatuur reinigen. De kans op klachten neemt toe bij spuiten, verwarmen of mechanisch bewerken, bij werk boven het hoofd en bij werkzaamheden in schachten, kruipruimten, ketelhuizen en andere slecht geventileerde ruimten. De werkgever moet daarom signalen koppelen aan de beoordeling van aard, mate en duur van de blootstelling. Meldingen moeten leiden tot snelle beoordeling van het werk, passende medische advisering en zo nodig onmiddellijke aanpassing of beëindiging van de blootstellende taak. Zonder deze opvolging blijven zowel de getroffen werknemer als collega's onnodig blootgesteld.
- Lekkages en verontreinigingen met di-isocyanaten worden onveilig aangepakt — Bij lekkage van purschuim, PU-kit of PU-lijm kunnen werknemers rechtstreeks in aanraking komen met niet-uitgehard materiaal en kunnen dampen of fijne nevel in de ademzone terechtkomen. Dit risico ontstaat bijvoorbeeld door een beschadigde bus of koker, een losgeraakte aansluiting, lekkende spuitapparatuur, morsen tijdens gebruik of onveilig reinigen. Ook vervuilde gereedschappen, verpakkingen, doeken, kleding en oppervlakken kunnen huidcontact veroorzaken of de verontreiniging naar andere werkplekken verspreiden. Werknemers in de bouw, installatie, isolatie, meubelproductie en het onderhoud lopen vooral risico, maar ook opruimers, magazijnmedewerkers en omstanders kunnen worden blootgesteld. Het gevaar neemt toe wanneer medewerkers zonder vooraf vastgelegde aanpak improviseren, de lekkage droog wegvegen, verontreinigd materiaal aanraken, onvoldoende ventileren of de ruimte te vroeg vrijgeven. Kleine lekkages in kruipruimten, schachten en andere slecht geventileerde ruimten zijn eveneens relevant, omdat verontreiniging daar ongemerkt kan ophopen. Blootstelling kan ogen, neus, keel en huid irriteren en kan leiden tot sensibilisatie, beroepsastma of een blijvende huidallergie. De werkgever moet daarom lekkages voorkomen, blootstelling vooraf beoordelen en zorgen voor een direct toepasbare, geoefende en gecontroleerde aanpak die bronmaatregelen vooropstelt.
- PBM en hygiënemaatregelen bij di-isocyanaten zijn onvoldoende — De werkgever moet werknemers doeltreffend beschermen wanneer zij bij het werken met purschuim, PU-kitten of PU-lijmen aan di-isocyanaten kunnen worden blootgesteld. Onvoldoende bescherming ontstaat wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen als hoofdmaatregel worden gebruikt, niet op de taak zijn afgestemd, verkeerd worden gedragen of niet tijdig worden vervangen. Ook ontbrekende hygiënevoorzieningen, eten of drinken in de werkzone en het meenemen van verontreinigde kleding vergroten de blootstelling. Dampen en nevel kunnen worden ingeademd; vloeibaar product of verontreinigde oppervlakken kunnen huid en ogen raken. Dit speelt vooral bij spuiten, werken boven het hoofd, reinigen van apparatuur en werken in schachten, kruipruimten, ketelhuizen of andere slecht geventileerde ruimten. Verwarmen, bewerken of verwijderen van resten kan eveneens blootstelling veroorzaken. Werknemers, onderhoudsmedewerkers, leerlingen en studenten die vergelijkbare praktische werkzaamheden uitvoeren, kunnen risico lopen. Blootstelling kan leiden tot irritatie en tot sensibilisatie van huid of luchtwegen. Na sensibilisatie kan zelfs een geringe nieuwe blootstelling ernstige klachten oproepen en kan blijvende beroepsastma of huidallergie ontstaan. De werkgever moet daarom eerst bron- en technische maatregelen treffen, daarna het werk collectief en organisatorisch beheersen en alleen voor het resterende risico geschikte persoonlijke bescherming inzetten.