Laswerk en lasrook (CMR)

## Wat speelt hier Bij laswerk komt lasrook vrij, een mengsel van metaaloxides, gassen en fijne deeltjes dat ontstaat door het smelten van metaal en lastoevoegmateriaal. Deze rook is als kankerverwekkend (CMR) geclassificeerd, ongeacht het lasproces of de gebruikte metaalsoort. Dat betekent dat elke vorm van lassen, of dit nu MIG/MAG-lassen, TIG-lassen, booglassen of autogeen lassen is, een situatie oplevert waarin werknemers worden blootgesteld aan een stof waarvoor geen veilige ondergrens bestaat. Dit speelt op de werkvloer van metaalbewerkingsbedrijven, in constructiehallen, bij onderhoudswerkzaamheden aan installaties en bij lassen op locatie zoals in de bouw, scheepvaart of industrie. Kenmerkend is dat het risico vaak wordt onderschat: lassers werken soms zonder afzuiging op de bron, in slecht geventileerde ruimten, of met alleen een lasscherm terwijl de rook vrij door de ruimte trekt en ook collega's in de omgeving blootstelt. Ook kortdurend of incidenteel laswerk, bijvoorbeeld bij een reparatie, wordt regelmatig ten onrechte als verwaarloosbaar risico behandeld. Het gezondheidsrisico zit in de lange termijn: langdurige blootstelling aan lasrook kan longkanker en andere luchtwegaandoeningen veroorzaken. Omdat effecten pas na jaren zichtbaar worden, is de motivatie om nu al te investeren in bronmaatregelen vaak laag, terwijl juist bij CMR-stoffen geldt dat blootstelling zoveel mogelijk voorkomen moet worden in plaats van beheerst. ## Wat u moet doen - **Vervang** waar mogelijk het lasproces of materiaal door een variant met minder rookontwikkeling, bijvoorbeeld een ander beschermgas of toevoegmateriaal. - **Richt bronafzuiging in** bij elke lasplek, zoals een afzuigarm, brander met geïntegreerde afzuiging of een afzuigtafel, zodat rook wordt weggevangen voordat deze de ademzone bereikt. - **Zorg voor voldoende ventilatie** van de ruimte als aanvulling op bronafzuiging, met extra aandacht voor besloten of slecht geventileerde ruimten. - **Scheid lasplekken organisatorisch** van andere werkplekken, zodat omstanders niet onnodig worden blootgesteld. - **Stel werkinstructies op** voor het gebruik van afzuiging, ventilatie en persoonlijke bescherming per lasproces en locatie. - **Verstrek en instrueer** het gebruik van adembescherming als aanvullende maatregel wanneer bron- en ruimteventilatie de blootstelling niet volledig wegnemen. - **Controleer periodiek** of afzuigapparatuur functioneert en of instructies daadwerkelijk worden opgevolgd. - **Leg blootstelling en maatregelen vast** in de risico-inventarisatie en evaluatie, specifiek voor laswerkzaamheden. ## Toetsbare aspecten - **Aanwezigheid van bronafzuiging** — bij elke vaste en mobiele lasplek is afzuigapparatuur aanwezig en aangesloten. Bewijs: foto's van de werkplek, inkoopgegevens of onderhoudscontract van de afzuiginstallatie. Frequentie: bij elke inrichting van een lasplek en jaarlijkse controle. - **Werking van de afzuiging** — de afzuigcapaciteit is periodiek gemeten of gecontroleerd. Bewijs: onderhoudsrapport of meetrapport van de afzuiginstallatie. Frequentie: jaarlijks of volgens fabrieksvoorschrift. - **Beoordeling in de RI&E** — lasrook is als CMR-risico specifiek benoemd in de risico-inventarisatie, met een plan van aanpak. Bewijs: RI&E-document met specifieke paragraaf over lasrook. Frequentie: bij elke actualisatie van de RI&E. - **Werkinstructie laswerk** — er is een schriftelijke instructie over gebruik van afzuiging, ventilatie en beschermingsmiddelen per lasproces. Bewijs: instructiedocument, zichtbaar op de werkplek of digitaal beschikbaar. Frequentie: actueel houden en bij wijziging van proces of materiaal. - **Instructie en training van lassers** — lassers zijn aantoonbaar geïnstrueerd over de risico's van lasrook en het juiste gebruik van voorzieningen. Bewijs: trainingsregistratie of toolboxverslag met presentielijst. Frequentie: bij indiensttreding en periodiek herhalen. - **Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen** — waar nodig is adembescherming beschikbaar, passend en daadwerkelijk in gebruik. Bewijs: uitgiftebon, waarneming op de werkplek. Frequentie: bij uitgifte en steekproefsgewijze controle. - **Ventilatie van de ruimte** — lasruimten hebben voldoende luchtverversing, zeker bij besloten ruimten. Bewijs: technische specificatie van het ventilatiesysteem of meetrapport. Frequentie: bij inrichting en periodieke controle. - **Blootstellingsregistratie** — bekend is wie, hoe vaak en hoe lang aan lasrook wordt blootgesteld. Bewijs: overzicht van laswerkzaamheden per medewerker of functieomschrijving. Frequentie: actueel houden bij wijziging van werkzaamheden. - **Toezicht door leidinggevende** — leidinggevenden controleren aantoonbaar of afzuiging en instructies in de praktijk worden nageleefd. Bewijs: controlelijst of werkplekinspectieverslag. Frequentie: periodiek, bijvoorbeeld per kwartaal. ## Veelvoorkomende knelpunten - De RI&E benoemt lasrook wel als CMR-risico, maar op de werkvloer ontbreekt daadwerkelijke bronafzuiging of wordt deze niet gebruikt. - Kortdurend of incidenteel laswerk wordt niet meegenomen in de instructies, terwijl ook korte blootstelling risico geeft. - Leidinggevenden zijn onvoldoende getraind om te herkennen wanneer afzuiging ontoereikend is of wanneer adembescherming nodig is. - Ingeleend personeel of onderaannemers die laswerk uitvoeren, vallen buiten het zicht van de eigen instructies en registraties. - Onderhoud van afzuigapparatuur wordt niet structureel gepland, waardoor de effectiviteit ongemerkt afneemt. - Geconstateerde afwijkingen, zoals een defecte afzuigarm, worden niet opgevolgd of leiden niet tot een aangepaste werkwijze. ## Hoe u het borgt De verantwoordelijkheid voor het beheersen van lasrook ligt bij de leidinggevende van de afdeling waar wordt gelast, ondersteund door de preventiemedewerker die de RI&E en het plan van aanpak actueel houdt. Periodieke werkplekinspecties, minimaal ieder kwartaal, laten zien of afzuiging functioneert en instructies worden nageleefd, en de uitkomsten worden vastgelegd zodat afwijkingen aantoonbaar worden opgevolgd. Nieuwe medewerkers en ingeleend personeel die laswerk uitvoeren, krijgen bij aanvang dezelfde instructie en registratie als vaste lassers, en onderaannemers worden contractueel verplicht om aan dezelfde voorzieningen te voldoen. Door afzuiging, instructie en toezicht structureel te herhalen en te documenteren, ontstaat een aantoonbaar en actueel beheerst beeld van de blootstelling aan lasrook.

Risico's