Uitrusting mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving

## Wat speelt hier Mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving zijn heftrucks, shovels, veegmachines, elektrische transportkarren, railgebonden interne transportmiddelen en vergelijkbare voertuigen die zelfstandig rijden op basis van een motor of accu. Ze komen voor op vrijwel elke werkplek waar goederen, materialen of personen intern worden verplaatst: magazijnen, bouwplaatsen, productiehallen, buitenterreinen en distributiecentra. Het risico zit in de combinatie van gewicht, snelheid en beperkt zicht: voetgangers die tussen rijdende machines lopen, medewerkers die achter een heftruck staan zonder dat de bestuurder hen ziet, of een machine die per ongeluk in beweging komt doordat de bediening niet beveiligd is. Een tweede risicogroep ontstaat bij machines met een verbrandingsmotor of accu, waar brand een reëel gevaar is, en bij afstandbediende of automatisch geleide voertuigen die kunnen doorrijden buiten het bedoelde werkgebied als het signaal wegvalt of iemand het controlegebied betreedt. Ook railgebonden machines die tegelijk met andere voertuigen op hetzelfde spoor rijden, brengen een botsingsrisico met zich mee dat zonder technische voorziening niet wordt opgemerkt. De organisatie moet dus beheersen: ongewenste activering, onvoldoende zicht op de omgeving, onvoldoende afremmen of stoppen, botsing tussen voertuigen, aan- of overrijden van personen, en brand door de aandrijving zelf. ## Wat u moet doen - Inventariseer alle mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving die in gebruik zijn, inclusief incidenteel of ingehuurd materieel. - Beoordeel per machine de specifieke risico's: gewicht, snelheid, bewegingsvrijheid, zichtlijnen en brandgevaar van de aandrijving. - Rust elke machine uit met een werkende beveiliging tegen onbevoegde of ongewenste activering. - Zorg dat elk arbeidsmiddel een functionerende rem en een directe noodstop heeft die de machine onmiddellijk tot stilstand brengt. - Breng spiegels, camera's of sensoren aan op plekken waar de bestuurder onvoldoende direct zicht heeft, en pas afdoende verlichting toe bij nacht- of binnenwerk zonder verblinding van anderen. - Plaats bij railgebonden of gezamenlijk rijdende machines een botsingsbeveiliging en zorg dat afstandbediende of automatische middelen direct stoppen zodra het controlegebied wordt verlaten. - Zet detectietechniek of werkzone-afzettingen in om aan- en klemrijding van voetgangers te voorkomen, en houd passende brandbestrijdingsmiddelen bij machines met verhoogd brandrisico. - Instrueer bestuurders en omstanders over de risico's en de werking van de veiligheidsvoorzieningen, en controleer periodiek of alles nog werkt. ## Toetsbare aspecten - **Risicobeoordeling per machine** — voor elk mobiel arbeidsmiddel is vastgelegd welke risico's gewicht, snelheid, bewegingsvrijheid en brandgevaar met zich meebrengen. Bewijs: schriftelijke risicobeoordeling of machineoverzicht in de RI&E. Frequentie: bij aanschaf en jaarlijks herzien. - **Beveiliging tegen onbevoegd gebruik** — elke zelfrijdende machine heeft een voorziening die voorkomt dat onbevoegden het voertuig starten. Bewijs: zichtbare sleutel-, code- of badgevoorziening op het voertuig. Frequentie: bij elke ingebruikname gecontroleerd, jaarlijks getest. - **Remvoorziening** — het arbeidsmiddel remt effectief af tot stilstand. Bewijs: onderhoudsrapport of keuringsrapport waarin de rem is getest. Frequentie: minimaal jaarlijks. - **Noodstopfunctie** — de machine stopt onmiddellijk bij bediening van de noodstop. Bewijs: testregistratie of onderhoudslogboek met datum en resultaat. Frequentie: minimaal jaarlijks. - **Botsingsbeveiliging railgebonden materieel** — bij meerdere gelijktijdig rijdende railgebonden machines is een doeltreffende botsingsbeveiliging aanwezig en functioneel. Bewijs: technische documentatie en testverslag. Frequentie: jaarlijks. - **Zichtvoorzieningen** — spiegels, camera's of sensoren zijn aangebracht op plekken met beperkt direct zicht. Bewijs: visuele inspectie op het voertuig en foto's in het machinedossier. Frequentie: bij oplevering en jaarlijkse controle. - **Verlichting** — de machine heeft passende verlichting voor nacht- of binnenwerk zonder anderen te verblinden. Bewijs: waarneming op de werkplek, aangevuld met keuringsrapport. Frequentie: jaarlijks. - **Stopgedrag afstandbediende of automatische middelen** — het voertuig stopt direct bij verlaten van het controlegebied of signaalverlies. Bewijs: testrapport van de fabrikant of eigen functietest met datum. Frequentie: jaarlijks en na elke software- of instellingswijziging. - **Detectie en afzetting werkzones** — detectietechniek of afzettingen zijn aanwezig om aan- en klemrijding van personen te voorkomen. Bewijs: plattegrond van de werkzone met aangegeven voorzieningen en inspectieverslag. Frequentie: bij inrichting van de werkzone en periodiek gecontroleerd. - **Brandbestrijdingsmiddelen** — bij machines met verbrandingsmotor of accu zijn passende brandbestrijdingsmiddelen aanwezig en bereikbaar. Bewijs: keuringssticker van het blusmiddel en plattegrond met locaties. Frequentie: jaarlijkse keuring, maandelijkse visuele check. ## Veelvoorkomende knelpunten - De risicobeoordeling staat op papier, maar op de werkvloer ontbreken de spiegels, sensoren of afzettingen die erin worden genoemd. - Onderhoud van rem, noodstop en botsingsbeveiliging wordt niet structureel geregistreerd, waardoor niet aantoonbaar is wanneer voor het laatst is getest. - Leidinggevenden zijn niet geïnstrueerd over wat te doen bij een defecte veiligheidsvoorziening, waardoor machines met een storing toch blijven rijden. - Ingehuurd materieel of ingeleende bestuurders van derden vallen buiten de eigen inventarisatie en instructie. - Gesignaleerde gebreken, zoals een niet-werkende noodstop, worden niet opgevolgd met een reparatiedatum of tijdelijke stillegging. - Afstandbediende of automatische voertuigen worden na een software-update niet opnieuw getest op het stopgedrag bij signaalverlies. ## Hoe u het borgt Wijs een verantwoordelijke aan, bijvoorbeeld de technisch of preventiemedewerker, die het machinepark en de bijbehorende veiligheidsvoorzieningen minimaal jaarlijks controleert en de resultaten vastlegt in een onderhoudslogboek. Neem elke nieuwe of ingehuurde machine en elke nieuwe bestuurder pas in gebruik na een instructie over de specifieke risico's en de werking van de veiligheidsvoorzieningen, en leg die instructie aantoonbaar vast met naam en datum. Bespreek gesignaleerde gebreken direct in het werkoverleg en koppel er een concrete hersteldatum aan, zodat een machine met een defecte beveiliging niet ongemerkt in gebruik blijft. Zo blijft het beheer van mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving een doorlopend en aantoonbaar proces in plaats van een eenmalige actie.

Risico's